Uit het schrijversleven van...Esther Ottens

Terug naar lijst
 

Moet je al die boeken dan ook helemaal lezen?

Dat is nou ook leuk, dat ik een stukje mag schrijven voor ‘Het schrijversleven van…’. Ik ben niet eens een schrijver! Ik voel me best vereerd. In het lijstje zie ik Ted van Lieshout staan, en Peter van Gestel. Anna Woltz. En Juliette de Wit. Dat is ook geen schrijver, maar wel een heel goede illustratrice, en die zijn ook belangrijk. Juliette heeft de omslagillustraties gemaakt voor de boeken over de Wilde Kippenclub, en die heb ik vertaald. Want dat is wat ik doe: kinderboeken vertalen.

Mensen vragen me wel eens: moet je al die boeken dan ook helemaal lezen? Ja, dat moet. En goed ook. Want ik moet precies snappen wat er staat. Waarom gaat het verhaal zo en niet heel anders? Waarom doen de personages wat ze doen en zeggen ze wat ze zeggen, hoe ze het zeggen? Als ik dat allemaal niet goed weet, kan ik ook niet goed vertalen.

Oké, mensen vragen me dat niet vaak. Áls ze het vragen, kijken ze er meestal een beetje vermoeid bij. Dat is waarschijnlijk omdat zij lezen niet zo heel erg leuk vinden. Maar ik vind lezen nu juist enorm leuk. Dat had ik als kind al. Altijd met mijn neus in een boek. Met mijn neus in een kinderboek. En nu ben ik allang geen kind meer en nog steeds zit ik elke dag met mijn neus in een kinderboek. En ik word er nog voor betaald ook! Soms kan ik zelf niet geloven wat een geluksvogel ik ben.

Maar wil je dan niet liever zelf een boek schrijven? Die vraag krijg ik wel vaak. Nee hoor. Ik vind het best fijn dat ik niet zelf een verhaal hoef te verzinnen, met alles erop en eraan. Dat kan ik niet zo goed en ik heb er ook niet heel veel plezier in. Wat ik wel echt heel gaaf vind, is precies uitdenken: hoe zou deze schrijver dit verhaal vertellen als hij in het Nederlands schreef? Hoe zouden deze personages spreken, denken, dromen als het kinderen waren die met de Nederlandse taal zijn opgegroeid? En wat moet ik doen met dingen die wel in het boek voorkomen, maar in Nederland niet bestaan of niet zo gewoon zijn?

Een lekker voorbeeldje: in het boek ‘Scheiss Liebe’ van Thomas Brinx & Anja Kömmerling (‘Liefde L’  in het Nederlands; een van de mooiste boeken die ik vertaald heb, trouwens) komen ‘Matschbrötchen’ voor. Kinderen in Duitsland zijn daar dol op. Een Matschbrötchen is een opengesneden broodje waar een chocozoen tussen wordt geplet.* Een broodje smurrie dus. Als ik dat opschrijf, snapt natuurlijk niemand het. Dus daar moet ik dan op puzzelen.

Een boek bestaat uit een heleboel van zulke puzzels. Sommige zijn makkelijk op te lossen en andere zijn zo moeilijk dat mijn hersenen ervan kraken. Zoals laatst, in ‘White Rabbit, Red Wolf’ van Tom Pollock (moet nog verschijnen, de titel wordt ‘Wit Konijn, Rode Wolf’), waarin de hoofdpersoon een wiskundenerd is die alles met wiskunde in verband brengt. Help, dacht ik eerst. Maar met hulp van een bevriende nerd ben ik er uitgekomen. Dus heerlijk. Doe mij nog maar een heleboel van die puzzels.

Esther Ottens.

*Don’t try this at home

.
.