Uit het schrijversleven van...Enne Koens

Terug naar lijst
 

Lieve lezers,

Ik ken jullie niet. Toch is alles wat ik schrijf voor jullie. Vandaag zit ik achter mijn bureau en probeer het verhaal waar ik mee bezig ben zo mooi mogelijk op te schrijven, voor jullie. Ik maak het spannend, zodat jullie in je bed, of op de bank, of in jullie tent in Zuid-Frankrijk benieuwd zijn hoe het afloopt. Ik stel me voor wat jullie blij maakt, wat jullie op zal luchten of ontroeren. Ik beschrijf waar we zijn. Ik laat bomen voor jullie groeien, een vergezicht opdoemen, een zee, een schip, een zonsondergang. Ik neem jullie mee naar het eiland MisuMisu, naar Amsterdam, of Kuala Lumpur. Ik doe mijn best ervoor te zorgen dat jullie begrijpen waar ik het over heb. En het lijkt net alsof ik jullie ondertussen heel goed ken.

Jullie hebben veel gezichten, onbekende en bekende. Want ik weet het natuurlijk niet zeker, maar van sommige mensen die ik ken, vermoed ik dat ze mijn boek zullen gaan lezen. En dan krijgen jullie opeens een echt gezicht. Dan schrijf ik een grap waarvan ik zeker weet dat Mischa erom zal lachen. Of een gedachte waarvan ik denk dat Kick die wel herkent. En als ik niet weet hoe ik iets moet spellen, dan denk ik aan mijn tante Hanna en bedenk dat zij dat wel zou weten.

Maar meestal zijn jullie allemaal samen een soort soep. Pas later, als mijn boek in de winkel ligt en jullie het gaan lezen, hoor ik wat jullie er echt van vinden. Dan staat mijn Facebook vol lof en commentaar. Dan krijg ik een bericht van mijn leraar Engels van de middelbare school met een opsomming van stijlfiguren die hij mooi vindt. Dan mailt een onbekend persoon mij om te vertellen op welke pagina ze moest huilen. Mischa vertelt dat hij moest lachen waar ik al dacht dat hij zou moeten lachen. Iemand schrijft een recensie in de krant. En mijn moeder belt om te vertellen dat ik als baby al zo was. Ze heeft natuurlijk gelijk, maar ik bedenk dat ze dat vooral zegt om mij gerust te stellen. Sommige dingen veranderen niet. Ik niet. Jullie wel. Er komen lezers bij, er vallen lezers af. Iemand heeft geen tijd, iemand raakt zijn boek kwijt. Iemand leest het voor de tweede keer.

Het is heel leuk om te horen wat jullie ervan vinden. Soms klopt het en soms is het heel anders dan ik had gedacht. Soms leest iemand, aan wie ik de hele tijd moest denken tijdens het schrijven, mijn boek helemaal nooit. Soms vindt iemand een grappig boek verschrikkelijk droevig, of andersom. Als mijn boek in de winkel ligt, zijn jullie niet meer één grote soep, maar veranderen jullie in een paar duizend verschillende personen.

En nu ben ik begonnen aan een nieuw boek en zijn jullie weer soep geworden. Hoe oud zijn jullie als jullie mijn nieuwe boek gaan lezen? Waarschijnlijk minimaal een jaar ouder dan nu. Dus eigenlijk schrijf ik voor de soep die jullie gaan worden. Ik schrijf een verhaal dat nog niet bestaat voor mensen die nog niet bestaan.
En nu zet ik mijn telefoon uit en mijn Facebook, zodat het stil is in mijn hoofd en ik me goed kan voorstellen wat jullie denken, wanneer jullie lezen wat ik nu schrijf. Groetjes uit het verleden!

Enne


 

.
.