Uit het schrijversleven van...Sanderijn van der Doef

Terug naar lijst
 

Deel 1
Vrijdag ga ik op bezoek bij de koningin. Ja, echt waar: onze eigen koningin Beatrix ga ik deze vrijdag ontmoeten en dan ga ik haar een hand geven en even met haar praten. Je gelooft het niet? Toch is het zo! Ik kan het zelf ook haast niet geloven maar een paar dagen geleden kreeg ik het kaartje in de brievenbus met een uitnodiging. En met dat kaartje in mijn hand wist ik dat het echt, heel echt waar is.

Nu moet je niet denken dat ik in mijn eentje ga en een kopje thee ga drinken of zoiets. Zo goed ken ik haar nou ook weer niet. Er komen nog meer mensen. Zo ongeveer 100. En misschien ga ik haar ook geen hand geven want dan moet ze die andere 99 mensen ook allemaal een hand geven. En dan is ze wel de hele avond bezig met alleen maar handen schudden. Maar toch ben ik best wel zenuwachtig. Want ik heb de koningin nog nooit in het echt gezien. Jij wel?

En misschien, heel misschien kan ik toch een beetje bij haar in de buurt komen en dan even ‘hallo’ tegen haar zeggen. Stel je voor dat me dat lukt? Wat zal ik dan tegen haar zeggen? ‘Hallo mevrouw, ik ben Sanderijn.’ Of moet ik ‘hoogheid’ tegen haar zeggen? Als het me lukt om haar even te spreken wil ik haar graag vertellen dat ik een paar hele leuke boeken heb geschreven die ze aan haar kleinkinderen kan geven. Amalia is misschien nog wel een beetje klein maar moeder Máxima kan best al wat voorlezen uit mijn boek ‘Ik vind jou lief’. Ken je dat boek? Dat gaat over hoe babies gemaakt worden en geboren worden. Dat mag Amalia onderhand best wel weten, toch? Als ze wil, wil ik Amalia zelf ook wel voorlezen hoor. Nou ja, zoiets stel ik me voor dat er vrijdag gaat gebeuren.

Maar misschien gaat dit allemaal niet gebeuren en zit ik de hele avond op een stoel achterin een zaal te luisteren naar geleerde mensen die geleerde dingen vertellen en zit de koningin ergens voorin zodat ik de hele avond alleen maar het puntje van haar hoed zie. En na elke spreker zie ik ook haar handen met mooie zwarte handschoenen klappen en nog even zwaaien naar de zaal voor ze weer weggaat naar huis.

Maar ik ga haar in elk geval zien en dat vind ik al spannend genoeg! En mocht ik haar toch nog even kunnen spreken dan zal ik haar ook zeker de groeten van jou doen. Afgesproken?

Deel 2
Weet je nog dat ik vertelde dat ik op bezoek zou gaan bij de koningin?
Misschien wil je weten hoe het is geweest?
Het was heel gezellig!

Maar bijna had ik het allemaal niet kunnen meemaken. Ik kwam namelijk te laat aan omdat ik het Paleis in Den Haag niet kon vinden...
Daarna moest ik een parkeerplek vinden voor mijn auto en had ik geen kleingeld meer voor de parkeerautomaat.
Toen bleek dat de ingang helemaal aan de andere kant van het Paleis was en dat was wel een kwartier lopen. En lopen ging niet zo gemakkelijk omdat ik hele hoge hakken had aangedaan. Speciaal gekocht voor de koningin.
En toen ging het ook nog eens regenen terwijl ik inmiddels behoorlijk in de stress aan het zoeken was naar de ingang van haar Paleis.

Gelukkig mocht ik nog naar binnen. Maar een kopje thee kreeg ik niet meer omdat iedereen al naar boven was, naar de kamer waar je de koningin een hand mocht geven. Dus ik moest hollen. Weet je wat ik toen gedaan heb? Ik heb mijn hoge hakken uitgedaan en ben op mijn kousenvoeten over de marmeren trap naar boven gehold. Bovenaan rende ik de hoek om en... oeps... daar stonden ze nog te wachten op mij. Wie? De koningin, prins Willem Alexander en prinses Máxima natuurlijk! Ik schaamde me diep en trok snel mijn schoenen weer aan. Máxima moest lachen want ze had net als ik van die hoge hakken aan die ze ook liever had uitgedaan. Maar ja, een prinses op kousenvoeten in het Paleis, dat kan natuurlijk niet.

Zo wiebelde ik naar de koningin en gaf haar een hand. ‘Hallo', zei ik, 'ik ben Sanderijn van der Doef'. ‘Welkom,' zei ze vriendelijk, 'ik ben blij dat u er bent'.
Ja, echt. Ze zei dat ze blij was dat ik er was.
Toen gaf ik Willem Alexander een hand en die zei alleen beleefd: ‘Goedemiddag'.
Daarna liep ik naar Máxima en stelde me aan haar voor. Ze keek me lachend aan en zei met een blik naar mijn schoenen: ‘Ze zitten misschien niet zo lekker, maar ze zijn wel erg mooi'. Nou, zoiets moet je tegen mij niet zeggen want dan kan ik wel uren blijven praten over schoenen en schoenen. En dat deden we ook. We kwebbelden verder over haar schoenen, ook mooie schoenen, die wel lekker zaten, maar dat ze ook andere schoenen had die... enzovoort.

Wat gezellig is het hier, dacht ik toen ik zo stond te kletsen met Máxima. Ik zou nog wel uren met haar verder willen praten. Ook over andere dingen dan onze schoenen met hoge hakken. Maar een soort lakei in een gewoon pak zei dat het tijd was om door te lopen naar een andere zaal waar we gingen luisteren naar een lezing.
Daarna gingen alle mensen weer naar een nieuwe zaal waar we gingen eten samen met de koningin en Willem en Máxima. En na het eten was het alweer afgelopen.
Het ging allemaal veel te snel.
Maar ja, zo gaat dat als het ergens gezellig is... dan is het zo voorbij.

Sanderijn van der Doef.

.
.