Uit het schrijversleven van...Lieneke Dijkzeul

Terug naar lijst
 

Babangida

Toen het idee voor mijn boek 'Aan de bal' steeds vastere vormen begon aan te nemen, bedacht ik, dat het intussen wel erg lang geleden was, dat ik een voetbalwedstrijd had bijgewoond. Dus stond ik op een zonnige junimiddag langs het veld op De Toekomst, het Ajax jeugdstadion.

Het C-elftal speelde een wedstrijd tegen een ploeg uit Japan en het was een goede wedstrijd, op verrassend hoog niveau. Er werd aan weerskanten gescoord en, tot mijn genoegen, won Ajax. Maar eigenlijk was dat allemaal niet zo belangrijk. Belangrijker was, dat het voetbalgevoel terugkwam. Het gras rook nog zoals pas gemaaid voetbalgras hoort te ruiken, spelers schreeuwden tegen elkaar, toeschouwers stonden met dichtgeknepen ogen tegen de zon in te turen en schreeuwden mee.

En opeens zag ik mezelf weer, een kind van acht of negen, mijn jongste broer in zwart-wit tenue zwoegend op een modderig veld, mijn zusje dat zei: 'Duurt het nog lang?' Mijn moeder die zich hardop afvroeg hoe ze dat broekje en shirt weer schoon moest krijgen, vaders, handen aan hun mond: 'Door het midden! Op liiiinks!'

Ik stond daar en genoot van het spel, de zon op mijn schouders, het doffe geluid van een schoen tegen de bal. Er werd gevloekt, gescholden en geprezen. Waarom was ik in 's hemelsnaam niet eerder op het idee gekomen een boek over voetbal te schrijven?

Tijdens de rust drentelde ik wat heen en weer, de geur van zware shag opsnuivend en luisterend naar het commentaar van alle stuurlui-aan-de-wal, toen mijn oog viel op een donkere speler op de bank. Trainingspak, spierwitte sportschoenen, kleine gestalte… Was dat niet…? Hij glimlachte naar me, en ik glimlachte terug en gebaarde naar het veld.
'Waarom speel je niet, Babangida?'
Hij spreidde verontschuldigend zijn handen. 'Niet opgesteld.'
Niet opgesteld. Babangida.
Babangida, die onder Louis van Gaal de sterren van de hemel speelde, Babangida op de bank bij het C-elftal. Wat DEED hij hier?

We raakten in gesprek, en naarmate hij minder grapjes maakte en serieuzer op mijn vragen inging, bleek steeds meer dat hij zijn toekomst bij Ajax somber inzag.
'Misschien ben ik uit vorm,' zei hij, een zorgelijke frons op zijn ronde gezicht. 'Een paar keer slecht gespeeld… Nieuwe spelers aangekocht…' Hij haalde nog maar eens zijn schouders op. 'Misschien al te oud. Volgende week ofzo, dan word ik dertig.'
'Maar,' zei ik. 'Als je dan niet in het eerste mag spelen, wat doe je dan hier?'
'Dat moet.'
Hij lachte een scheef lachje. 'Beetje voor straf, denk ik.'
'En ga je wel kijken, als het eerste speelt?'

Hij schudde zijn hoofd. 'Ik ga niet naar de stadion. Doet te veel pijn. Hier.' Hij klopte op zijn borst. We schudden elkaar de hand, en hij ging terug naar de bank en staarde naar zijn veel te witte schoenen.

Thuis zocht ik het op. Tijjani Babangida. Geboorteland: Nigeria. Geboortedatum: 25 september 1973. Hij werd geen dertig. Hij werd negenentwintig. Niet in juni, maar in september. Intussen zit hij allang niet meer bij Ajax. Ik meen dat hij nu in China speelt. Arme jongen.

Lieneke Dijkzeul.
 

.
.