Uit het schrijversleven van...Lida Dijkstra

Terug naar lijst
 

Voor Jonge Mensen Die Overwegen Schrijver Te Worden

Tip één:
Koester jeugdtrauma's. Want dan kun je, wanneer je schrijver bent, heerlijk putten uit een vat vol ellende waarmee je je hoofdpersonen kunt tegenwerken.
Zelf heb ik vijf véél, véél oudere broers. Toen ik klein was, waren zij al bijna groot. Nooit veel aangevonden, aan die broers met hun rotstreekjes. Maar nu ik schrijf komen hun stunts steeds vaker van pas.
 

Mijn oudste broer joeg me regelmatig de stuipen op het lijf door me een metalen puntje te laten zien van iets dat hij in zijn vuist verborgen hield. 'Dit is een klein schaartje,'zei hij dan. 'Daarmee ga ik zo dadelijk je haar afknippen.' Ik geloofde hem en lag wakker van het schaartje. Pas veel later hoorde ik dat hij in werkelijkheid een nagelvijl vasthield.
Mijn middelste broer kon er vaak niet tegen dat ik schreeuwde, rende of zong. Hij wees me op de opgezette visotter die op een boomstammetje boven de bijkeukendeur hing. 'Als je nu niet ophoudt,' waarschuwde hij, 'hang ik je ook zo op. Dan moet je de rest van je leven stilzitten net als hij.'
Ik bekeek de otter lang. Hij had de kromgetrokken rug van een oude jichtlijder en zijn glasogen staarden doods maar berustend in de verte. Ik besloot dat ik maar niet op zo'n stammetje moest en ging Donald Duckjes doorbladeren in het achterkamertje.
 

Omdat ik zo klein was, testten twee van mijn broers af en toe hoe klein ik op mijn kleinst was. Dat deden ze met de kartonnen doos waarin de kruidenier de boodschappen aan huis bracht. Ze waren opgetogen wanneer de afgeleverde doos kleiner was dan die van de week daarvoor. Ze vouwden me op en stopten me in die doos. Als het deksel helemaal dichtkon, waren ze tevreden.
Daar lag ik dan, opgepropt met afgeknelde ledematen, te wachten tot mijn moeder langskwam en streng zei dat ze me uit moesten vouwen en vrij moesten laten. Ik herinner me nog altijd de vage waspoeder-met-karton-geur.
Toen ik mij door alle oefening kon opvouwen tot een compact mensenballetje, bedachten ze dat ze net zo goed wat aan sport konden doen. Ze gingen me overgooien, als ze daar zin in hadden. Dan vloog ik door de lucht van de een naar de ander. Gelukkig konden ze goed vangen.
 

Nu ben ik groot, en mijn vijf broers zijn oud. Zij zijn vast alles vergeten. Ik niet. Elk ongelukje, slapeloos nachtje en rotstreekje is keurig opgeslagen en hartstikke leuk voor de boeken, verhalen en columns die ik schrijf.
Dus vandaar mijn tip; koester je jeugdtrauma's.

Wat? Jullie hadden nog een tweede tip tegoed? Dat is waar ook.
Tip twee:
Geloof nooit een schrijver. Alles wat hij vertelt, kan gelogen zijn.
Of niet, natuurlijk. Misschien liegt hij wel, over dat hij gelogen heeft.
Of hij liegt over dat hij loog dat hij gelogen heeft. Of....

Lida Dijkstra.
 

.
.