Uit het schrijversleven van...Daan Remmerts de Vries

Terug naar lijst
 

Mijn leven als schrijver

Ik schrijf omdat ik niks anders kan. Ik maak er trouwens ook tekeningen bij. Nou ja, ik kan dus twee dingen.
Meer niet. Ik kan geen spaghetti klaarmaken, dat doet mijn vriendin altijd. En laatst, toen we een lekke band kregen, ergens aan de rand van Haarlem, toen lag zij op haar knieën te draaien aan de schroeven (of de moeren, of weet ik veel hoe die dingen heten). Er kwam toen een meneer bij staan, die vroeg hoe het ging.
‘Het gaat prima,’ zei ik. ‘Dat ziet u toch?’
De meneer keek om zich heen.
‘Is dit soms zo’n programma?’ vroeg hij. ‘Zo’n programma waar je in de maling wordt genomen?’
Mijn vriendin maakte zich intussen behoorlijk vuil, liggend op die stoep.
‘Heeft u soms zin om mee te helpen?’ vroeg ik.
De meneer grinnikte, en stapte weg.
Mijn vriendin was even later klaar met die band, en we konden weer verder.
Het is wel fijn als je zo weinig kunt als ik. Dan hoef je namelijk niet zoveel. Zo hoefde ik vroeger nooit mee te helpen met afdrogen. Mijn moeder vond dat ik daar te klein voor was, en toen ik dan groot genoeg was, vond ze dat ik toch maar beter kon gaan zitten tekenen.
Dat is heel wijs geweest van mijn moeder, want nu verdien ik veel geld met mijn boeken. Ik kan dus makkelijk de vakantie betalen, ook voor mijn vriendin en voor ons kind. Waarmee ik zo’n lekke band weer een beetje goedmaak, en al die keren spaghetti, en dat ik zo weinig zorg, omdat ik altijd in mijn eentje moet zitten nadenken.
Mijn vriendin kan gelukkig van alles. Die band, dat is nog niks. Mijn vriendin metselt zo een kaarsrecht muurtje of ze betaalt een rekening via het internet. De arme schat! Ze kan zoveel dat mensen de hele tijd dingen van haar willen.
‘In ons huis moet het behang worden afgestoomd, zou jij komende dinsdag niet even kunnen komen helpen?’
Dat soort dingen vragen vrienden haar vaak.
Ze zegt dan: ‘Vragen jullie dat niet aan Daan?’
Dan beginnen die vrienden te glimlachen, en ze zeggen: ‘Even serieus nou.’

Maar een tijdje geleden vroeg er opeens een vriend of ik een avond op hun kinderen wilde passen. Ja, dat zul je zien, kun je niks, weet er toch nog iemand iets te verzinnen!
Ik heb die kinderen toen de hele avond naar griezelfilms laten kijken. Als ze per ongeluk in slaap vielen, zei ik: ‘Horen jullie ook zo’n vreemd geluid?’
Dan waren ze meteen weer wakker.
Toen kwamen de ouders eindelijk weer thuis.
‘Zijn jullie nog op?’ vroegen ze.
‘Hoezo?’ vroeg ik. ‘Was dat niet de bedoeling?’
Nee, op die kinderen hoef ik niet meer te passen.
En daarom schrijf ik dus, voor jullie. Want verder, echt waar, verder kan ik helemaal niks.

Daan.

 

.
.