Uit het schrijversleven van...Corien Oranje

Terug naar lijst
 

3 wensen

'Eh... Corien,' zei mijn uitgever. 'Dat probleem hebben schrijvers normaal bij hun tweede boek. Niet bij hun zesendertigste.'
Ik probeer te beginnen aan een nieuw boek. En het lukt niet. Een goed verhaal komt uit zichzelf naar je toe, denk ik. Als een veulen. Of als een hert. Je moet niet gaan roepen en zwaaien. Je moet er niet achteraan gaan rennen, want dan vlucht het de bossen in. Het komt vanzelf. Als het eraan toe is. Tot nu toe was dat geen probleem. Als ik een boek had geschreven, nam ik een middagje vrij om de ramen te lappen of om het beddengoed te wassen. En als ik de achterdeur opendeed om de mat uit te slaan, zag ik een nieuw verhaal staan. Soms stonden er zelfs een paar te dringen. 'Neem mij.' 'Nee, neem mij.' 'Ik ben aan de beurt.' 'Ik eerst!'

Maar nu heb ik een ander boek geschreven. Nee. Het boek heeft zichzelf geschreven. De hoofdpersoon was er, het verhaal was er, ik hoefde het alleen nog maar in woorden te vangen.
Eigenlijk is het een verschrikkelijk verhaal. Zo erg dat je het niet zelf zou kunnen bedenken.

Het is het verhaal over Olivier, de vriend van mijn drielingzoons. Olivier is de sportiefste jongen die ik ken. Hij was goed in elke sport die hij deed. Voetbal, hockey, tennis, paardrijden. Maar het allerbest was hij in zwemmen. Op zijn tiende jaar was hij al kampioen vlinderslag van Friesland. Maar drie jaar geleden kreeg hij een heel erg ongeluk met zijn paard. Zijn been kwam in het halstertouw terecht, hij werd omvergetrokken en hij werd aan zijn enkel meegesleurd door zijn paard, kilometers lang. Over de weg, dwars door het bos, door sloten heen, tot diep in een meer.

Het was een wonder dat hij het overleefde. Zijn onderbeen moest worden afgezet. Maar Olivier liet het er niet bij zitten.
Hij leerde rolstoel rijden. Hij leerde met krukken lopen. En hij leerde weer zwemmen. In het begin ging dat helemaal niet goed. Als hij wilde zwemmen, zwom hij rondjes. Net zoals je rondjes draait als je met één roeispaan gaat roeien. Maar hoe meer hij trainde, hoe beter hij werd. Twee jaar na zijn ongeluk werd Olivier opnieuw kampioen van Friesland. Niet tegen de gehandicapten, maar tegen ‘de normalen’.
Over Olivier schreef ik een boek. En daarna werd het stil in mijn hoofd.

Ik probeerde een verhaal over een criminele opa. En een verhaal over een gestolen meisje. Een verhaal over een vervallen pretpark. Maar het lukte niet. Dat was eng.
Misschien, dacht ik, is het wel net zoals wanneer je drie wensen mag doen. En als ze op zijn, dan zijn ze op. Misschien kon ik in mijn leven maar 35 boeken schrijven. En nu heb ik ze allemaal geschreven, en nu zijn ze op. Had ik er maar beter bij nagedacht.

Maar vorige week liet ik ’s nachts de achterdeur openstaan. Helemaal per ongeluk. En toen ik ’s morgens naar beneden kwam, zag ik een verhaal. Een beetje verkleumd. Een beetje vies. Een beetje bang. ‘Kom maar,’ zei ik. ‘Kom maar. Niet bang zijn. Kom maar binnen.’

Corien Oranje.
Wil je Olivier in het echt zien? Dat kan hier

 

.
.