Uit het schrijversleven van...Marion van de Coolwijk

Terug naar lijst
 

Ik heb een superberoep

`Wilde u altijd al schrijver worden?` vragen kinderen mij vaak tijdens klassenbezoeken. Mijn antwoord is dan steevast: `Nee! Natuurlijk niet... wie wil er nu later schrijver worden?`
Ik kijk dan onderzoekend de klas rond en stel de vraag wat duidelijker: `Wie wil later schrijver worden als beroep?`
Het blijft doodstil. Niemand wil later schrijver worden... Gek toch? Schrijven is juist leuk! Je kunt er beroemd mee worden (als je geluk hebt), je kunt je fantasie in kwijt (als je die hebt) en je bent de baas over je eigen tijd (die je dus nooit hebt :-) )

Ook ik heb als kind nooit gedacht aan een schrijversbestaan. Wel was ik een leesbeest. Ik las werkelijk alles wat los en vast zat. Wel zes boeken per week. De mevrouw uit de bibliotheek op het August Allebeplein (Amsterdam Slotervaart) wist op een gegeven moment niet meer wat ze mij moest aanbieden. Ik had gewoon alle boeken van de jeugdafdeling uit.
Ik weet bijna zeker dat mijn leeservaring van toen, mij nu helpt bij het schrijven van mijn boeken. Door te lezen, leer je veel over schrijven. Maar zelf schrijven? Welnee! Ik schreef wel eens wat voor de schoolkrant en won wel eens een verhalenwedstrijd ergens, maar het kwam geen seconde bij mij op dat ik zelf schrijver kon worden.

Ik wilde politierechercheur op een motor worden of juf... ach, die beroepen lijken wel een beetje op elkaar. Ik vind het gewoon fijn om iemand te vertellen hoe het kan, moet of mag. Vandaar.
Ik koos voor de PABO en werd in 1980 juf. Naast de dagelijkse lesjes, kon ik mij heerlijk uitleven in het vertellen van verhalen. De gekste capriolen haalde ik daarbij uit om het `beeldend` te maken. Als `ridder` sprong ik over tafeltjes, als `heks` vloog ik op mijn bezemsteel door de klas en als `indiaan` ving ik `bizonkinderen`. De kinderen uit mijn klassen genoten volop van mijn verhalen en door hen kwam ik eigenlijk op het idee om een van mijn bedachte verhalen op te sturen naar wat uitgevers. `Je kunt het toch altijd proberen,` riepen ze en dus stuurden ze een van mijn verhalen op.

Binnen een week werd ik gebeld door de directrice van een grote uitgeverij. Die wilde het verhaal kopen, uitgeven en misschien nog wel meer. Natuurlijk trakteerde ik de klas op gebak en limonade. Ik was juf en schrijfster... een heerlijke combinatie. Want wat ik meemaakte verwerkte ik weer in nieuwe boeken.
Ik schreef snel... de fantasie borrelde oneindig omhoog. Ik schreef wel tien boeken per jaar.
Dat doe ik nu al weer twintig jaar, dus reken maar uit. Er staan nu ruim 200 boeken op mijn naam, een belachelijke prestatie voor iemand die geen schrijver wilde worden, toch?
En het gekke is dat ik nog steeds geen schrijfster van beroep ben: ik ben altijd juf gebleven. Nu niet meer voor de klas, maar ik heb mij gespecialiseerd in lezen en dyslexie en reis het hele land door. Ik vertel ouders en leerkrachten hoe lezen leuker kan, schrijf lesboeken voor scholen en... met de training Beeld en Brein� die ik heb bedacht, leer ik kinderen om snel en met tekeningen te leren. Echt gaaf!
Eigenlijk alles in mijn leven staat nu in het teken van lezen en schrijven en daar ben ik heel tevreden mee. Ik mag doen wat ik het liefste doe: lezen en schrijven! Als dat geen superberoep is...

Marion van de Coolwijk.

 

.
.