Uit het schrijversleven van...Caja Cazemier

Terug naar lijst
 

Behalve van lezen, verhalen schrijven, mijn kinderen en mijn vriend houd ik ook erg veel van zonnewarmte. Dus van alle seizoenen ben ik het meest dol op de lente en de zomer. Heerlijk, die zon op je huid!
 

Maar voor het schrijven kan het maar het beste herfst of winter blijven – deze periode dus. Als iedereen door weer en wind naar school of naar zijn werk fietst, hoef ik maar twee trappen op naar mijn zolderkamer. Daar is het nog wat schemerig, dus ik doe de lamp aan en een kaars. Ik trek een extra trui en mijn katjes aan (mijn vingerloze handschoenen) en schakel het elektrische kacheltje in, want erg warm is het er niet. Van het kopje koffie dat ik mee naar boven heb genomen, kringelt de damp omhoog. Ik start mijn computer, mijn schrijfdag kan beginnen.
 

Nee, nog niet, eerst de mail beantwoorden. Altijd spannend: is er bericht van iemand van de uitgeverij? De omslag voor mijn nieuwe boek misschien? Of zijn er lezers die wat willen weten voor hun boekverslag? Ik beantwoord de vragen en soms mailen ze dan weer terug, om hun cijfer te melden bijvoorbeeld. Laatst werden de inspanningen van een meisje beloond met een 12! Juist door dat extra stukje informatie!
 

Dan ga ik schrijven. Eerst herlees ik wat ik de dag ervoor heb geschreven en breng de nodige verbeteringen aan. Daarna ga ik verder met het verhaal. De map met alle informatie over mijn hoofdpersonen en de grote lijnen van het verhaal ligt voor me. Dat heb ik al eerder verzonnen. Ik zit zoveel uren per week achter mijn computer, dat ik er wel eens pijn van in mijn schouders en armen krijg. Daarom geeft mijn computer elke drie kwartier aan dat ik even moet stoppen met schrijven en doe ik een paar oefeningen. Als je mij zou zien zwaaien met mijn armen, zou je denken: die is gek. Ook loop ik veel de trap op en af. Dat is goed voor de conditie: een nieuw kopje koffie halen, naar de wc, of zomaar. En als ik het even niet meer weet met een stukje van het verhaal, ga ik de was ophangen of stofzuigen. Omdat schrijver zijn wel héél leuk is, maar niet zo goed voor je gezondheid, maak ik regelmatig een wandelingetje, als het weer niet al te slecht is tenminste: ’s ochtends een kort blokje om, ’s middags een half uur.
Ondertussen gaat het verzinnen altijd door, daarvoor hoef je niet achter de computer te gaan zitten. Dat gebeurt als je in de pan met macaroni roert, op weg bent naar de bakker, of in een luie stoel hangt met je gezicht in de zon. Maar als het echt lekker weer is, kom ik daar niet meer uit. Dat levert geen bladzijden op!
 

De verleiding om in deze tijd naar buiten te gaan, is minder groot. Dus laat de wind loeien om het huis, laat de regen kletteren tegen mijn schuine ramen, laat een dik pak sneeuw op het dak van mijn zolderkamer vallen – het levert mooie boeken op!

 

Caja Cazemier.

 

.
.