Uit het schrijversleven van...Rosa Bromet

Terug naar lijst
 

Schrijven is een van de leukste dingen die ik kan bedenken. Daarom heb ik het op veel verschillende manieren gedaan: toneelstukken, filmscenario's, gedichten en kinderboeken. Het fijne is dat je al schrijvend, kunt fantaseren wat je wilt. Alles is bruikbaar, alles wat je meemaakt, hoort, leest of ziet.

Een paar jaar geleden ben ik begonnen aan een serie spannende jeugdboeken. De hoofdpersoon is Emma, een meisje van dertien, dat ineens op een dag ontdekt dat ze meer kan zien dan andere mensen. Het blijkt dat ze een gave heeft geërfd van haar oma. Toch zijn het absoluut geen 'zwevende boeken'. Emma is een heel gewoon meisje dat met beide benen op de grond staat. Ze gebruikt haar gave alleen als zij het wil, bijvoorbeeld voor school, als ze een goed cijfer wil halen. Daardoor krijg ik vaak mailtjes: ik wou dat ik Emma was! De eerste drie delen zijn verschenen: 'Emma en de onzichtbare erfenis', 'Emma en de man in het duister', 'Emma en de verdwenen diamanten'. In ieder deel maakt ze een spannend avontuur mee. Ik ben nu bezig met het vierde: 'Emma en de slangenkoppen'.

Voordat ik begin te schrijven, doe ik heel veel onderzoek. Ik wil weten waar het boek over zal gaan, want ik vind dat het verhaal moet kloppen. Wie komen er in voor? Wat is de levensgeschiedenis van die figuur? Wat voor karakter heeft hij of zij? Ik wil precies weten hoe de figuren eruit zien. Letterlijk: zijn ze lang of klein, dik of dun, hebben ze blonde, zwarte of rode haren, lopen ze gewoon of hebben ze een gek huppeltje. Praten ze met een accent, aarzelend, of veel te snel. Maar ook figuurlijk: is dat karakter een angsthaas of juist een durfal. Enzovoort. Al die dingen samen maken je karakters tot levende figuren. Omdat ik visueel ingesteld ben, zie ik de gebeurtenissen als filmpjes in mijn hoofd.
 

Het tweede boek speelt voor het grootste deel in Milaan. Daarvoor ben ik naar Italië gereisd en heb er een weekje rondgekeken op zoek naar goede locaties. Als je b.v. gratis in die stad wilt internetten, kun je de adressen in mijn boek vinden. Alle plekken kloppen, alleen heb ik sommige namen veranderd.

Ideeën voor verhalen komen op de gekste momenten, daarom heb ik altijd een kladblokje en een pen bij mij. In mijn tas, maar ook in bed. Want er is niets erger dan lekker warm in je bed liggen broeden op een idee dat je niet kunt opschrijven omdat er geen papier in de buurt is. Dan kun je niet slapen uit angst dat jij je idee vergeet. In het donker, als je nergens door wordt afgeleid, komen de mooiste gedachten. Daarom schrijf ik heel vaak 's nachts onder de dekens. Maar ik weet niet wat het is om altijd in het donker te leven.
 

In het derde boek in de serie ontmoet de hoofdpersoon een blind meisje. Om mij goed te verdiepen in dat onderwerp, ben ik onder andere naar Duitsland gegaan, naar een restaurant waar je in totale duisternis kunt eten. Ik had natuurlijk thuis het licht kunnen uitdoen, maar dan had ik in een bekende omgeving gezeten voor mijn zelfgemaakte maaltijd. Nu zat ik in complete duisternis in een onbekende ruimte. Er mocht totaal geen licht zijn, dus ook geen brandende sigaretten of kaarsen. De ober was alleen 'een stem' en ik kreeg een maaltijd voorgezet die ik niet kon zien. Het was moeilijk om iets op mijn vork te krijgen in het duister. En als dat was gelukt, was het nog een hele klus om het op een fatsoenlijke manier naar binnen te werken. Reken maar dat je jezelf een aantal keren in je lip of in je wang prikt! Ik heb deze ervaring in een hoofdstuk in het boek verwerkt, omdat ik het een cruciale scene vond. Het was het enige moment dat de hoofdpersonen echt allemaal gelijk waren.
 

Rosa Bromet.
 

.
.