Uit het schrijversleven van...Tamara Bos

Terug naar lijst
 

Elke ochtend, behalve in het weekend, gaat om kwart over zeven de wekker. Dan moet ik opstaan. Niet omdat ik schrijver ben. Want dat is het fijne van een schrijversleven, je hoeft nooit vroeg op te staan. Je kan schrijven wanneer het jou uitkomt en waar het jou uitkomt. Er staat geen baas naast je bureau op zijn horloge te kijken. Dat ik om kwart over zeven op sta, komt omdat ik drie kinderen heb. En die kinderen moeten wel ergens op tijd zijn. Op school. Ik heb ook een man, maar die is muzikant, dus die hoeft nooit 's ochtends ergens op tijd te zijn. Toch staat hij vaak met ons op.

Als de kleren zijn aangetrokken, de broodtrommels gevuld en een ieder fluitend op de fiets naar school zit, begint mijn werkdag. De ene dag (als ik het heel druk heb) is dat om half negen. De andere dag, als het huis een puin­hoop is en er hoognodig een was in de machine moet, is het wat later. Maar meestal zit ik wel voor half tien in mijn kantoortje achter in de tuin. Ook zo'n voordeel van het schrijversleven, je kan het gewoon thuis doen.

Om half tien ga ik dus beginnen. Niet altijd meteen met schrijven, hoor. Want dat is het gekke van schrijven: het is zo ontzettend moeilijk om te beginnen. Dat is denk ik omdat het een heel eenzaam moment is. Het lege scherm is geen gezellige collega, die je vertelt wat hij in het weekend heeft gedaan of die je inspireert met zijn harde werken. Het lege scherm is een buitengewoon stille, irritante collega, die je alleen maar blanco zit aan te gapen. Zo van: het zal mij benieuwen waar ze vandaag weer mee komt. Als ze ergens mee komt.

Elke schrijver kent het moment van uitstellen. Van nog niet beginnen, maar eerst nog even de administratie doen, dat belangrijke telefoontje plegen, de vloer stofzuigen, enzovoort.... Natuurlijk komt onvermijdelijk het moment dat er geen uitstel meer mogelijk is. Het kantoor is aan kant, de koffie gezet en nu gewoon gaan zitten en schrijven.

Ik werk als kinderboekenschrijver, maar ook als scenarioschrijver. Vaak werk ik aan meerdere dingen tegelijk. Zo ben ik nu bezig met het bewerken van twee boeken tot een filmscenario. Het ene boek is van Lieneke Dijkzeul en heet 'Aan de bal'. Het andere is 'Wiplala' van Annie M.G. Schmidt. Dit laatste boek ben ik samen met regisseur Vincent Bal aan het doen. Zo was ik afgelopen maandag bij hem in Antwerpen om er aan te werken. We zitten dan niet naast elkaar te typen, hoor. We zitten vooral te praten over hoe we het boek het beste kunnen verfilmen. Hoe kunnen we het verhaal het sterkst in beeld brengen? Welke scènes zien we voor ons? Een film is iets heel anders dan een boek natuurlijk.

Ik bewerk niet alleen andermans boeken, liever nog maak ik eigen scenario's, gebaseerd op mijn eigen verhalen. Op dit moment ben ik voor de NPS een serie aan het schrijven over twee heel verschillende zusjes die samen op kamers gaan. De serie heet - je raadt het al- Zusjes.

Het werken aan filmscenario's duurt vaak lang. Niet omdat ik zo langzaam schrijf, maar omdat ik veel met andere mensen moet overleggen. In de eerste plaats met de schrijvers van de boeken die ik bewerk, maar ook met mensen van de omroep en van de verschillende fondsen die geld moeten geven. Want voordat je een film of een televisieserie kunt maken, heb je veel geld nodig. En al die mensen die geld moeten geven, willen natuurlijk ook iets zeggen over zo'n script. Dat is soms lastig. Daarom vind ik het ook heel fijn om verhalen voor tijdschriften (zoals de serie Brammetje Baas voor het blad Maan Roos Vis) of boekjes te schrijven. Zulke verhaaltjes zijn veel korter en daarom ook veel sneller af. Er is maar één redacteur en verder niemand die er iets over mag zeggen. Ik ben echt helemaal de baas en dat is ook wel eens fijn.

Goed, ik was begonnen. Als ik eindelijk echt aan het schrijven ben, lijkt het alsof de tijd stilstaat. Of eigenlijk juist voorbij schiet. Voor ik het weet, heb ik de lunch vergeten en is het al weer hoog tijd om mijn jongste zoon van school te halen. Dat is ook het fijne van het schrijversleven. Je kunt gewoon stoppen wanneer je iets anders belangrijks moet doen.

Maar of ik nou op de fiets zit, of ik boodschappen doe of de was ophang, in mijn hoofd gaat het gewoon door. Mijn hersenen blijven bezig. Soms zelfs als ik lig te slapen. Of als ik wil slapen en het dus niet lukt omdat mijn hersens maar doorgaan. Dat vind ik wel eens jammer van mijn schrijversleven. Maar verder ben ik heel tevreden. Ik kan het iedereen aanraden!

Tamara Bos.

 

.
.