Uit het schrijversleven van...Paul Biegel

Terug naar lijst
 

Uit de keuken van Paul Biegel

Mijn keuken? Die ligt vol beginzinnen om verhalen van te bakken. Kijk maar hieronder. Daar liggen ze van A tot Z.

Als ik jou was, zou ik je revolver maar gauw wegstoppen voordat die schurken het zien.
Ben had vreselijke ruzie met zijn vader over de kras op zijn gloednieuwe BMW.
Centen genoeg in mijn zak, maar ik had een ander jack aangetrokken en daar zaten ze niet in.
Daar kwam ze aangelopen, haar blonde haren wapperend in de wind, en mijn hart klopte in mijn keel…
Er was sinds de vreselijke storm van het vorige jaar niemand meer op de pier geweest.
Fietsen mochten in het schuurtje, maar Jan liet de zijne altijd buiten staan. Voor Quinten?
"Ga nu!" riep ze. "Ga alsjeblieft weg! Ik kan er niet tegen als je zo tegen me doet!"
Honderden keren was ik langs dat huis gelopen zonder te beseffen wat voor vreselijks daar gebeurde.
In de oorlog was ik gewend geraakt aan dat smerige brood, maar nu moest ik er ineens van kotsen.
"Ja, nu heb ik er niets meer aan!" riep ze boos toen ik met dat mes binnenkwam.
Kansen genoeg bij de omroep, maar ik wilde iets anders, iets waar ik mijn handen bij moest gebruiken.
Lachend liet hij zich naar beneden vallen; ik moet nog rillen als ik eraan denk.
Maar wat, dacht ik, wat moet ik doen als ze ontdekken dat die handtekening vals is?
"Nee nee nee!" Ze kon dat zo nijdig roepen wanneer ik probeerde haar overeind te helpen.
Onder het bed? Welnee, dacht ze. Als kind denk je dat daar een kerel zit, maar nu toch niet meer?
"Poes poes poes!" riep het mens, en toen wist ik dat er iets niet klopte. Want ze had helemaal geen poes.
"Qua inhoud klopt het", zei de baas stijfjes, maar het was duidelijk dat hij geen genoegen nam met ons verslag.
Rare dingen, heel rare dingen waren de laatste tijd gebeurd in dat kleine vissersdorpje.
Steven had er niet op gerekend dat ze hem achterna zouden komen om te kijken of hij ook werkelijk bij haar zou aanbellen.
Toen de Romeinen in ons land kwamen, troffen ze er verschillende Germaanse stammen.
Uit zijn blik sprak woede, maar ook verdriet - kennelijk was hem iets verschrikkelijks aangedaan.
"Voordat jullie allemaal meteen gaan lachen," begon de nieuwe leraar, "wil ik eerst even opmerken dat -
Waardevol was de hangklok niet, maar ik herkende het langzame tik-takken dat ik me herinnerde uit mijn jeugd.
"Xander! Xander!" riep ze elke avond naar haar zoontje en wij galmden het pesterig na: " Xaander Xaander!"

IJlings sprong de renbode op zijn paard en gaf het de sporen. Zou hij op tijd komen?
Ze hadden er niks van gebakken, het ene opstel was nog slechter dan het andere.

Paul Biegel.

 

.
.