Uit het schrijversleven van...Marc de Bel

Terug naar lijst
 

Juf Champetter


Ik was elf en wilde schrijver worden. 'Als je schrijver wilt worden moet je veel lezen,' zei mijn oudste broer. Dus trok ik naar de bibliotheek. Die werd in die dagen gerund door meneer pastoor en juf Champetter. Die heette eigenlijk juffrouw Peeters. Maar wij noemden haar altijd juf Champetter, omdat het een echte dragonder* was.

Bij mijn eerste bezoek aan de bibliotheek vroeg ze mij of ik geen zin had om misdienaar** te worden. Nou, "vragen"... Ze zette mij echt het mes op de keel. Dus werd ik misdienaar. Ik, die schrijver wilde worden.

In de zomer was dat niet zo erg, maar 's winters was het heel wat minder prettig om uit mijn warme nest te kruipen en op een drafje in het donker door de kou naar de kerk te hollen. Maar goed, wie in de jaren zestig van vorige eeuw in de hemel wilde komen, moest een beetje gelovig afzien. Bovendien had juf Champetter mij gegarandeerd nooit meer een boek ontleend als ik haar bevel had geweigerd.

Mijn allereerste taak, zodra ik de sacristie*** van de kerk binnen kwam, was de muizenval controleren. Er zat haast nooit een slachtoffer in, omdat ik dat griezelige moordtuig stiekem liet springen voor ik naar huis ging. Het was die muizenval die me op een donkere winterochtend op een schitterend idee bracht. Mijn wraak op juf Champetter zou zoet zijn!

De pilaarbijtster kwam elke dag als eerste de kerk binnen. Dus smokkelde ik de muizenval de sacristie uit, legde ze springklaar in het volle wijwatervat en verstopte me op de preekstoel. Het duurde niet lang of ik hoorde de deur van de kerk opengaan. Gespannen spiedde ik door het fraaie, 17de eeuwse houtsnijwerk en zag mijn nietsvermoedende slachtoffer binnenkomen. Ik hield mijn adem in toen ze zoals gewoonlijk haar rechterhand diep in het wijwatervat doopte.

Wat ik hoopte, gebeurde. Ik wipte mee op toen ik de muizenval hoorde dichtklappen. De oude vrijster gaf een ijselijke gil. Ik deed het in mijn misdienaarskleed van het lachen. Letterlijk, want de spanning die tevergeefs door mijn dichtgeknepen neus probeerde te ontsnappen, zocht en vond een andere uitweg. Ongelooflijk, hoe hard een scheet in een lege kerk kan klinken.

Geschrokken van mezelf, gluurde ik naar het wijwatervat en verstijfde toen ik juf Champetter als een tank op de preekstoel af zag stormen. Ik zat als een muis in de val. Opeens ging alles heel snel. Ik werd bij mijn oor de preekstoel afgesleurd, de sacristie binnen, en moest op staande voet mijn zonde aan meneer pastoor opbiechten. Bij regenachtig weer en noordoostenwind voel ik nog altijd haar knijpende klauw in mijn oor. Als penitentie**** ("penistentje" zegden wij) kreeg ik vijf weesgegroetjes en drie onzevaders. '...En vergeef ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven aan onze schuldenaren...'

Juf Champetter heeft mij haar pimpelpaarse middenvinger nooit vergeven. En ik ging niet meer naar de bibliotheek en zag mijn droom om schrijver te worden in rook opgaan. Tot juf Champetter op een mooie dag in mei pardoes onder een vrachtwagen liep en in de hemel werd opgenomen. Ik vraag me af welk een gezicht ze zal zetten als ze mij daar in 2047 ziet aankomen. Want dat jaartje misdienaar is hopelijk niet voor niets geweest.

Marc de Bel.
 

Verklarende woordenlijst:

* ruwe, sterke vrouw
** persoon die de priester in de mis (katholieke kerkdienst) helpt
*** opberg- en kleedkamer in de katholieke kerk
**** straf, boetedoening

 

.
.