Uit het schrijversleven van...Beatrijs Nolet

Terug naar lijst
 

Ooit, lang geleden, woonde ik op een boot in Amsterdam. Naast de kajuit was een waterreservoir dat door een waterboot iedere maand gevuld werd met schoon drinkwater. In het ruim stond een kolenkachel en er hingen olielampen waarvan je de lont met een lucifer moest aansteken.
Ooit, lang, lang geleden, verruilde ik die boot voor een huis in Den Haag, met lichtknopjes en kranen waar helder water uit kwam en een centrale verwarming die je met een thermostaat hoger en lager kon zetten.
Mensen vroegen: ‘Waarom ga je nou in Den Haag wonen? Het is er zo deftig. De koningin woont er ook.’
Maar ik woonde schuin tegenover de duinen, vlakbij de zee. Soms zag ik de koningin op een paard over het strand galopperen en daar was niks deftigs aan.
Als het volle maan was, maakte ik wel wandelingen door de duinen en dan liep de maan gewoon met mij mee.
Een maand geleden zijn we terug verhuisd van Den Haag naar Amsterdam. Als ik uit het raam van mijn nieuwe huis kijk, zie ik net zo’n woonboot liggen als waar ik vroeger zelf op woonde. Er komt rook uit de schoorsteen. Een vrouw loopt over het gangboord met een mand houtblokken. De wind jaagt rimpelingen over het water. Meeuwen en waterhoentjes dobberen op de hekgolven van bootjes die voorbij varen.
Met een verrekijker kan ik aan de overkant van het water een man op een bakfiets zien rijden en als ik de lens scherp zet, zie ik in die bak mijn kleinkinderen zitten. Kijk, nou rijden ze over de brug. Ze komen naar mij toe. Dat is de reden dat ik verhuisd ben.

De boot waar ik vroeger op woonde heette de ‘Luctor et Emergo’. Dat is Latijn en het betekent: ‘Ik worstel en kom boven’.
Die boot speelt een rol in mijn nieuwste boek: ‘Anna’s oorlog’.
Dat boek gaat over een meisje van 11 dat op een woonboot woont, recht tegenover het huis van haar grootmoeder en haar overgrootmoeder. Op een dag krijgt Anna een nieuwe buurjongen, Borre. Haar familie wil niet dat zij met die jongen omgaat. Waarom, dat wordt er niet bij verteld. Dan komt Anna erachter dat er een groot geheim is in de familie, dat nog met de Tweede Wereldoorlog te maken heeft.

Het boek is nu af en ligt in de winkel. Morgen ga ik aan een nieuw boek beginnen. Waarover weet ik nog niet. Maar als ik uit het raam staar, krijg ik misschien wel inspiratie.
 

.
.