Uit het schrijversleven van...Arnoud Wierstra

Terug naar lijst
 

"Dit is het slechtste opstel dat ik ooit heb gelezen!"

Dat zei mijn meester uit de 5e klas (groep 7) over mijn opstel. Dat was heel vervelend, maar het ergste was dat hij het opstel aan de hele klas ging voorlezen!

"In de zomervakantie gingen we naar Vlieland. Met de boot. Eerst ging ik mijn ouders helpen met de tent opzetten. En toen gingen we naar het strand. En toen ging ik zeesterren zoeken. En toen gingen we patat eten. De patat was lekker. Het ijsje ook. Toen gingen we slapen in de tent. Toen werden we wakker en gingen we brood halen bij de bakker. Toen ging ik weer naar het strand."

En zo ging hij nog een tijdje door. De meester had een hekel aan mij, denk ik. Het was een grote teleurstelling. Ik dacht namelijk echt dat ik een mooi opstel had geschreven. Ook voelde ik me schuldig. Schuldig ten opzichte van die fijne vakantie, mijn ouders, de tent, het strand, de zeesterren en zelfs de patat. Dat klinkt gek misschien, maar ik had het gevoel dat ik 'hen' belachelijk had gemaakt met mijn super slechte verhaal.

In het volgende opstel, getiteld 'De Vijver', schreef ik:

Het was een mooie dag. In de vijver zwommen allemaal eenden: kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak, kwaak! Er kwam een olifant aan en die deed een bommetje. PLONS! Toen vlogen de eenden weg. Einde.

Dit idee had ik niet zelf bedacht. Het was een grap uit de Donald Duck. (De neefjes schreven een opstel over een cowboy die met zijn pistool schoot: pang! pang! pang! pang! pang! pang! pang! pang! pang!) Ik hoopte dat de meester dit opstel ook aan de klas zou voorlezen, maar helaas! Op de één of andere manier sprak hij er met geen woord over.

Dat ik niet goed was in schrijven, kon me weinig boeien. Ik hield van tekenen en dat was veel belangrijker voor me. Pas later, toen ik de wens kreeg om een kinderboek te maken, werd het een probleem. Want hoe moest ik dat doen als ik nog niet eens een goed opstel kon schrijven?

Die wens bleef een droom tot ik de boeken ontdekte van Charlotte Dematons (Sinterklaas) en Thé Tjong-Khing (Waar is de taart?). Ongelooflijk, zij gebruikten geen woorden, maar vertelden hun verhalen met grote tekeningen, waarop heel veel te zien was. Het kon dus toch!

EN TOEN ging ik mijn eerste prentenboek maken. Zonder woorden!

Ergens ver weg hoor ik mijn meester zeggen: “Dit is de slechtste Leesfeest column die ik ooit heb gelezen!”

;-) Arnoud.
 

 

.
.