Uit het schrijversleven van...Arend van Dam

Terug naar lijst
 

En zo... is het echt gebeurd

Ik ben er wel een beetje klaar mee, met het griezelen van de afgelopen Kinderboekenweek. Voor mij zijn boeken al snel te eng. In het echte leven ben ik nogal schrikachtig. Iedereen in mijn omgeving weet: laat Arend nooit schrikken, want de gevolgen zijn niet te overzien.
Toch schrijf ik met veel plezier verhalen over de geschiedenis van ons land. Zijn die niet eng dan?
Nee, volgens mij niet.
En volgens mijn lezers?
Tijdens het Schrijvers-van-de-ronde-tafel-weekend in Archeon kwam een vader mij overladen met complimenten. Terwijl zijn zesjarige dochter om ons heen dartelde, zei hij: ‘Sophie is gek op uw boeken. Weet u, laatst waren we in het Rijksmuseum. Staan we voor een schilderij van koning Filips de Tweede, zegt Sophie: “Nou, dan kan Willem van Oranje niet ver weg zijn.” Toen ze even later een houten kist zag staan, zei ze: “En dan is dat zeker de boekenkist van Hugo de Groot?” Nou, dat heeft ze dus allemaal uit uw boeken.’
Ik keek naar het huppelende kind en mompelde iets als: ‘Bedankt voor het compliment. Wat een geweldig slimme dochter heeft u!’
Maar de vader was nog niet uitgesproken. ‘Er is wel een probleem,’ ging hij verder. ‘Sophie vindt het wel jammer dat de mensen in uw boeken allemaal doodgaan.’
Ik dacht aan de hoofdpersonen in het boek ‘Lang geleden’...: Floris de Vijfde (dood in een greppel), Willem van Oranje (dood in Delft), Anne Frank (dood in Bergen-Belsen). Ik knikte. ‘Tja, dat heb je met geschiedenis. Niemand blijft over. Misschien kunt u Sophie beter sprookjes voorlezen. Ze is tenslotte nog maar zes. Denkt u eens aan boeken met bewerkte sprookjes.’
De vader schudde zijn hoofd. ‘Daar trapt Sophie niet in. Die boeken vindt ze niet echt genoeg. Als ik sprookjes voorlees, moet het per se uit het boek van de gebroeders Grimm zelf.’
De hele Kinderboekenweek kon ik Sophie niet vergeten. Wat had ik haar aangedaan?
Wij grote mensen vinden het schrijven over vergeten helden een goede manier om hun heldendaden weer voor het voetlicht te brengen. Dat is voor kinderen precies andersom: je laat hen kennismaken met een held, om diezelfde held meteen weer om zeep te helpen. Voortaan ga ik het anders doen. Ik ga over de schilders Maria Sibylla Merian en Judith Leyster schrijven. En dan doe ik net of ze nog leven. Ja, dat kan. Maar wat doe ik met mijn nieuwe boek met verhalen over de Tweede Wereldoorlog? Ik wil niemand slapeloze nachten bezorgen. Toch is het belangrijk om jonge kinderen kennis te laten maken met wat er vroeger is gebeurd. Ze krijgen allemaal wel iets mee van de verschrikkingen in de wereld. Ik zie het als mijn taak om de geschiedenis zo na te vertellen, dat jonge kinderen gaan begrijpen hoe de wereld in elkaar zit: hij is niet volmaakt, maar samen kunnen we er iets moois van maken.

Arend van Dam.

.
.