Uit het schrijversleven van...Anna van Praag

Terug naar lijst
 

Nooit meer lief

Mijn allerbeste vriendin ken ik al mijn hele leven. Zoals dat gaat met beste vriendinnen weet ze alles van me – en nog steeds wil ze mijn vriendin zijn. Ze snapt ook nog eens heel veel van schrijven en zij is het die op een dag tegen me zegt: ‘Wordt het niet eens tijd om het verhaal op te schrijven van het rotkind dat jij vroeger was?’ Want ja, dat weet zij dus ook: ik was niet zo’n lieverdje vroeger, ik pikte en loog en soms pestte ik het liefste meisje van de klas. Jaren heb ik er over gedaan om het te verbergen. Ik werd zelf moeder, een tamelijk lieve, ik pik zo goed als nooit meer en ik lieg zo min mogelijk. Ik doe echt mijn best en nu zegt mijn vriendin.... Nee, denk ik, en het zweet prikt meteen over mijn hele lijf, dat ga ik echt niet doen. Niet dat verhaal!
 

Maar de dingen die het moeilijkst zijn, moet je soms juist wel doen. ‘Anders ben je geen mens maar een lor,’ zou Kruimeltje Leeuwenhart zeggen. En nu de vraag eenmaal is gesteld, blijft het terugkomen: ‘ ...schrijf dat verhaal, het verhaal van het rotkind’. En dan snap ik eigenlijk ook wel dat ik er niet omheen kan, dat het zelfs wel fijn is. Want wat had ik zelf vroeger, graag een boek willen hebben over een kind dat zich soms zomaar vreselijk misdraagt, dat niet zo braaf en duidelijk is als de meeste boekenhelden. En waarvan er bovendien heel wat meer bestaan dan ik alleen – want dat is de grootste ontdekking die ik deed toen ik dit boek ging schrijven. Ik heb zoveel bekentenissen en ontboezemingen te horen gekregen (een aantal daarvan staat op mijn site, lees maar na)!
 

Van al die verhalen heb ik een boek gemaakt, Nooit meer lief, dat allang niet meer alleen over mij gaat. Maar wel over een rotkind. Heel veel kinderen zijn daarin geinteresseerd, merk ik als ik op scholen ben. Ik heb zelfs een les voor rotkinderen bij het boek gemaakt, met een quiz ‘Hoe erg ben jij?’. De paar rotlessen die ik heb gegeven waren geweldig!
 

Maar nu komt het. Het zijn de grote mensen, de meesters, de juffen, de vaders en de moeders, die die les moeten boeken en mijn boek moeten kopen. En die durven niet! ‘Mijn kind is geen rotkind’ denken ze, of: ‘Straks brengt dit boek hen nog op hele rare ideeen.’ En dat is zo jammer! Want zelfs al ben je zelf geen rotkind, dan nog is het spannend om erover te lezen, toch? Om eens in het hoofd van een rotkind te kruipen. Dus, lieve jongens en meisjes, mijn werk zit erop, de bal ligt nu bij jullie. Smeek, schreeuw, eis, roep allemaal heel hard om Nooit meer lief!

O ja, en mijn volgende boek? Dat gaat over beste vriendinnen – en wat daar allemaal mis kan gaan….

Anna van Praag.

 

.
.