Uit het schrijversleven van...Alice Hoogstad

Terug naar lijst
 

Een verhaal opschrijven, vind ik moeilijk. Mijn laatste prentenboek is daarom een boek zonder woorden. Het heet Monsterboek en ik heb er een Zilveren Penseel voor gekregen. Het is (voor een deel) een echt gebeurd verhaal uit mijn jeugd, dat zo gaat:
Het was een lange weg naar mijn school. Elke dag tekende ik de straten, de stoepen en de muren vol met krijt.  Ik maakte vrolijk gekleurde tekeningen. De huisvrouwen in ons dorp waren keurige mevrouwen met gebloemde schorten. Dagelijks maakten ze het stoepje voor hun huis schoon. Er was zo steeds plaats voor nieuwe tekeningen. Ik snapte niet waarom de mevrouwen ze steeds weghaalden.  Op een dag zag ik door het raam van onze klas de directeur met een paar dames op het schoolplein staan. De mevrouwen waren boos. Toen het schoolhoofd onze klas in kwam, keek hij mij kwaad aan. Ik moest meekomen. Op de gang kreeg ik te horen dat ik niet op de stoepen en de muren mocht tekenen. Voor straf moest ik met een borsteltje de hele weg naar huis schoonboenen. En de directeur zou het allemaal aan mijn vader en moeder vertellen. Nou, die waren niet zo gauw boos. Zeker niet over het voltekenen van stoepen. 
We waren een gek gezin, met veel dieren in en om het huis. Er waren geiten, eenden, duiven, pony’s, poezen, schildpadden, kikkers, salamanders, vissen, en een hond. Gelukkig woonden we in een groot huis dat mijn vader zelf had ontworpen. De meeste dieren liepen natuurlijk buiten, maar soms lagen we met de pony’s binnen voor de televisie. Een van mijn broers speelde altijd voor aap en hing aan een touw in de huiskamer. Mijn andere broer had eens palingen gevangen in de sloot achter het huis. Hij had ze in de badkuip gedaan, maar ze ontsnapten. Terwijl we zaten te eten kronkelden plotseling alle palingen de trap af.
We speelden ook circus met de geiten op de eettafel. Je kunt nog steeds hoefafdrukken in het hout zien. Soms ontsnapten onze pony’s uit de wei. Ze liepen dan naar een veld met spinazie en vraten hun buiken vol. De boer werd natuurlijk boos. Samen met mijn zus moest ik de pony’s vangen. We bonden ze aan elkaar en reden in een lange sliert door het dorp naar huis. Mijn vader moest de boer betalen voor de opgevreten spinazie.
Andere kinderen kwamen graag bij ons ponyrijden, zwemmen of hutten bouwen. Toch speelde ik ook graag alleen. Ik kon urenlang tekenen, natuurlijk tekeningen van dieren.
Mijn volgende boek gaat over een dierenfamilie. Ik verklap niet waar het precies over gaat. Mijn atelier ligt helemaal vol grote schetsen. Volgende week ga ik het de uitgever laten zien. Spannend!

Alice Hoogstad

.
.