Uit het schrijversleven van...Mariette Aerts

Terug naar lijst
 

Uit het leven van...

Zo’n kopje schept verwachtingen. Zouden ze denken dat schrijvers een reuze spannend leven leiden? Er vraagt zelden iemand aan een belastinginspecteur of aan een kassajuffrouw om eens een dag uit hun leven te beschrijven. Terwijl die inspecteur soms misschien wel gluiperds tegenkomt die met de cijfertjes knoeien en zo’n kassajuffrouw rare figuren voor zich krijgt die zeuren over bonnetjes of ruzie zoeken over het wisselgeld. Veel spannender dan mijn gemiddelde dag, die ik doorbreng achter een bureau waarop een saaie, grijze computer staat waarop ik zwarte woordjes op een wit scherm tik. Daar zit ik, in mijn dooie eentje, en ik spreek geen mens.

Maar wat een hoop goed maakt, is natuurlijk wel dat er in mijn hoofd des te meer gebeurt. Ik wandel met een elf door een donker woud, ik laat een heks kwaadaardige spreuken zingen, of soms zit ik gewoon aan een prettig, mooi haventje waar een bootje met zachte klotsgeluidjes op het water dobbert.

Maar niet heus, zal iemand die mij ziet zitten meteen roepen, je zit nog steeds gewoon achter diezelfde computer. Nee hoor, kan ik dan antwoorden, dat lijkt maar zo. Want zo werkt dat met verhalen schrijven, je moet het vóór je zien, je moet er middenin zitten om erover te kunnen vertellen, en dat is wat schrijvers doen: een niet-bestaande wereld om zich heen optrekken en die wereld beschrijven. Met alle wezens die daarin voorkomen, met alle gebeurtenissen die er plaatsvinden. Eigenlijk is het net zoiets als jokken; ik lieg gewoon hele verhalen bij mekaar. En daar krijg ik nog voor betaald ook!

Sommige verhalen liegen trouwens grotendeels zichzelf, ik kan ‘s avonds op de bank - broedend op het hoofdstuk van morgen - best verzonnen hebben dat de elf door de kwaadaardige spreuk van de heks getroffen wordt, maar dan blijkt, de volgende ochtend, al schrijvende, dat de elf toevallig heel snel kon lopen en dus ontsnapte. Of ik kom bij dat haventje en dat hele bootje ligt er niet!

Mensen die nooit verhaaltjes maken zeggen bij zoiets: maar die veranderingen heb jij dan toch ook zelf verzonnen? Ja en nee. Natuurlijk, ergens in mijn hoofd moet de gedachte ontstaan zijn dat het spannender is wanneer het bootje er niet ligt of de elf nog net ontsnapt. Maar ik merk dat pas op het moment dat ik het opschrijf. Dat is zo leuk aan schrijven, wat er uit mijn vingers komt is voor mij vaak al net zo verassend als voor een willekeurige lezer. Soms ratelen mijn vingers als gekken over de toetsen en vliegen er drie, vier, vijf bladzijden achter elkaar te voorschijn, totdat ik achterover leun en denk: o... maar dit was helemaal niet de bedoeling, nu heb ik het bootje laten zinken en er liggen geen andere scheepjes en het begint donker te worden en er is geen mens meer op de kade dus hoe komt mijn hoofdpersoon nou van dat rottige eiland af? Zo had ik het van tevoren toch niet gepland?

Toch laat ik het dan meestal maar zo, want ik heb geleerd dat verhalen die je zichzelf laat schrijven de spannendste zijn. De uitdaging is dan om met de rare wending die het verhaal genomen heeft alles toch tot een goed einde te fantaseren. En zo gebeurt er dan tenminste toch af en toe nog iets verrassends in het leven van een schrijver...
 

.
.