Uit het schrijversleven van...Marjan van Abeelen

Terug naar lijst
 

Kriebels
 

De meeste schrijvers zeggen dat ze schrijven ALTIJD al leuk hebben gevonden. Ik moet bekennen dat dit voor mij ook geldt. Op de lager school was mijn favoriete vak: opstellen schrijven. Ik heb er een keer een geldprijs (!) mee gewonnen. Twee gulden en vijftig cent. Wat was ik trots!

Op mijn veertiende dacht ik eens goed na over mijn leven. Na veel gepieker, kwam ik er uit: ik besloot om schrijver te worden. Zo gezegd, zo gedaan. Toch? Iedere avond, na het eten, kroop ik achter de typemachine van mijn vader en typte stapels A5-blaadjes aan beide kanten vol. Toen mijn ‘boek’ af was, reeg ik een paars wollen touwtje door de gaatjes en stapte naar het postkantoor om mijn bestseller te versturen. Omdat ik zelf graag boeken uit ‘De Witte Raven-serie’ las, dacht ik dat die uitgever mijn ‘boek’ vast wilde hebben. En ja hoor, na een paar maanden kreeg ik bericht. Men was best geïnteresseerd in mijn verhaal over een Surinaams meisje dat op school gepest werd. Maar…….!!

Alles moest foutloos uitgetypt worden op A4 papier van de uitgeverij. Ik heb het geprobeerd. Helaas, bij gebrek aan backspace- en deleteknoppen lukte het niet. Nu moet ik erbij vertellen dat er in die tijd een hele leuke jongen in de straat kwam wonen. Ik werd smoorverliefd en vergat mijn missie om beroemd te worden.

Jaren later, ik was inmiddels getrouwd (nee, niet met de buurjongen), vond ik mijn verhaal tussen een stapel oude schoolschriften en kwamen de schrijfkriebels weer terug. Ik werkte toen niet meer bij de politie, waar ik veel heb geschreven, zij het in een iets andere vorm: bekeuringen, mutaties, processen verbaal over misdrijven. De kriebels bleven en het leek me een goed moment om over mijn ervaringen met Boulimia Nervosa te schrijven.

Mijn vaders typemachine, je zou hem antiek kunnen noemen, bleef werkeloos op de zolder van mijn ouderlijk huis staan. Sinds mijn hernieuwde poging om auteur te worden, doe ik het anders. Ik ben dol op pennen en nog gekker van dikke, mooie, maffe, bijzondere schriften. Ik heb een hele voorraad, want deze tic is mijn familie en vrienden niet ontgaan. Op vakanties speuren ze allemaal mee naar mooie exemplaren. Ik heb bijvoorbeeld schriften uit Amerika, Engeland, Bosnië en Mexico.Dus, schrijf ik met pen (het liefst een vulpen) mijn schriften vol, voordat ik achter de computer kruip. En oh, wat zijn delete- en backspaceknoppen toch handig.

De laatste tijd heb ik niet veel op papier gezet. Na het plaatsen van een dakkapel op zolder, is ons gezin intern verhuisd. Daar kwam achteraf meer bij kijken dan ik dacht. Ik heb maanden met kwasten, in plaats van met pennen gewerkt, onder het behangplaksel gezeten en witkalk uit mijn haar gewassen. Maar hoera! Het werk zit erop. De bovenverdieping is als nieuw en door de extra ruimte, die we nu hebben, ben ik in het trotse bezit van een eigen schrijfkamertje! Mijn bureau staat voor het raam. Ik kijk uit over de tuin en terwijl ik dit stuk overtyp, begint het weer te kriebelen.

Marjan van Abeelen.

.
.