Jaap Robben over...‘Job en de duif’ van Evelien de Vlieger

Terug naar lijst
 

Job en de duif

Titel: Job en de duif
Auteur: Evelien de Vlieger
Uitgeverij: Lannoo, 2010
ISBN: 978 90 209 8555 9
Illustraties: Noƫlle Smit

Terug naar lijst

Geen getut en braafheid

Eigenlijk ben ik niet zo'n fan van duiven. Ze poepen veel, fladderen zo onhandig en als ze over me heen vliegen, terwijl ik in het gras lig, heb ik het gevoel dat er allemaal viezigheid uit hun vleugels valt. Alsof ze zichzelf schoon fladderen.
Maar door het boek 'Job en de duif' weet ik dat ik ongelijk heb. De duif in dit boek is prachtig blauw. Ze kan praten. En wedstrijden vliegen. Ze schaamt zich voor haar naam druifje. En wil haar man vrijlaten uit zijn kooi.

Over wie ben jij de baas? Over je cavia misschien? Soms over je broertje? In dit boek is de baas van de duif, de man met het hok. De man die de duif naar Spanje stuurt en terug laat vliegen. Die man wint dan een prijs, terwijl de duif al het werk doet. Dat is natuurlijk vreemd en stom. Dat vindt Job ook.
Job is een jongen met een losse tand in zijn mond. Zijn baas is een moeder die zijn haar wil knippen, maar dat niet goed kan. En hij moet trompet spelen, maar vindt daar eigenlijk niks aan.

'Job en de duif' is een erg grappig boek en samen met de tekeningen van Noëlle Smit is het een feest om hier in te lezen en kijken. De kleine grapjes, de heldere frisse kleuren die de boeken van Smit iets tijdloos geven. En ook het is een verfijnd boek om vast te pakken, kijk maar eens naar de eerste bladzijdes vol met prachtige blauwe veren en de verstopte tekeningetjes door het boek heen.
Een van de grootste krachten van dit boek zit hem in de beperking van de taal die Evelien de Vlieger gebruikt. Fantastisch. Dit kan nagenoeg ieder mens lezen. Meestal zijn avi-1 boeken voor jonge lezers alleen. Maar in 'Job en de duif' zitten originele verhaallijntjes, zeggen ze 'rot op' als ze boos op elkaar zijn. En 'hou je bek' als Job nog kwader wordt wanneer zijn moeder hem een lelijk kapsel heeft geknipt. De duif scheldt hij uit voor pluimbal. Niks braafheid of getut. Lees maar eens dit korte stukje wanneer Job tegen een steen schopt en plotseling een duif hoort.

‘job kijkt rond.
hij ziet een duif.
een duif die praat?
ja, jij, zegt de duif.
dat was mijn nest.
je gaf het een trap,
dat haat ik.

dat was geen nest, zegt job.
het was een steen.
dat weet hij.
en zijn teen ook.’

Dit is een boek dat je regelmatig aan het grinniken maakt. Een boek waarop je als kind trots bent dat je het zelf kunt lezen. Een boek dat je waarschijnlijk meteen nog een keer gaat lezen. En nog eens. En waardoor ik toch een beetje fan van duiven ben geworden.

Jaap Robben.

.
.