Mireille Geus over...‘Birk’ van Jaap Robben

Terug naar lijst
 

Birk

Titel: Birk
Auteur: Jaap Robben
Uitgeverij: De Geus, 2014
ISBN: 978 90 445 3277 7
Illustraties:

Terug naar lijst

Birk 

Stel: je grote broer is als jongetje overleden en jij bent na hem geboren en hebt gelukkig een hele andere naam gekregen. Je ouders praten de hele tijd over je grote broer, over hoe lief hij was, hoe geweldig en hoe knap.

Op een dag zit je ergens te vissen en roept je moeder de naam van je broer. Heel hard. Je blijft doorgaan met vissen, maar je snapt niet wat ze doet. Dan begint je vader ook al de naam van je broer te roepen. Als je omkijkt zie je dat hij naar je wenkt.

Als je opstaat, langzaam, je hengel erbij pakt en naar hem toeloopt, krijg je de schrik van je leven: je vader noemt je bij de naam van je broer. Hij en ook je moeder denken dat jij hém bent. Vanaf die dag ben je niet meer jezelf maar een ander, je broer, die er niet meer is.

Het boek ‘Birk’ van Jaap Robben vertelt zo’n soort verhaal. Het is geen verhaal voor kinderen maar voor volwassenen en voor jong volwassenen en ik denk ook wel voor oudere kinderen. In ‘Birk’ gaat het niet over een jongen die zijn broer wordt, maar over de jongen Mikael, die zijn dode vader wordt.

Dat kan natuurlijk niet zo maar -hup- opeens gebeuren.

Mikael en zijn moeder wonen op een afgelegen eiland, waarop maar twee huizen staan. Eigenlijk drie, maar het laatste is kapot. In het ene huis wonen dus Mikael en zijn moeder en vlak voordat het verhaal begint, woonde ook zijn vader er nog. Op de eerste bladzijden van het boek zitten Mikael en zijn moeder in de keuken en gaan ze soep eten. Vader is te laat, daar is zijn moeder kwaad over. Tot ze ontdekt dat hij in de zee verdween.

In het andere huis woont Karl, een man die graag alleen leeft en zijn rust op prijs stelt. Toch komt hij wel af en toe even bij hen langs.

Er is op het afgelegen eiland niet veel te doen. Ze hebben geen internet, geen spelletjes, alleen Karl heeft een televisie, er zijn geen andere kinderen, er is geen bioscoop en er zijn geen winkels. Ze zitten dus erg op elkaars lip, alles wat een ander doet of laat, valt op.

We komen er langzaam achter waarom de vader zo ver de zee is in gegaan. We zien hoe de moeder, als de vader langer dood is, wil dat haar zoon gaat roken, dat hij de kleding van zijn vader draagt en aan het einde van het boek noemt ze hem geen Mikael meer, maar Birk, zoals de vader heette.

Het boek is heel mooi geschreven in allemaal kleine rake zinnetjes. De tijd gaat langzaam in het verhaal en alles wat er gebeurt krijgt daardoor meer kracht. Je gaat geloven dat wat eigenlijk niet kan, een zoon die een vader moet worden, toch wel gaat gebeuren, toch wel nodig is. Dat Mikael zelf inziet dat het niet anders kan. Ik vind dat nogal knap, want weet je nog dat ik je net vroeg om je voor te stellen dat je verandert in je grote dode broer? Toen heb je misschien even gedacht: oké, maar toen toch vlak daarna heel hard je hoofd geschud, want dat kan niet.

In ‘Birk’ kan het dus wel! 

Mireille Geus.

.
.