Ted van Lieshout over...‘Poëzie hardop’ van Hans en Monique Hagen

Terug naar lijst
 

Poëzie hardop

Titel: Poëzie hardop
Auteur: Hans en Monique Hagen
Uitgeverij: Querido, 2019
ISBN: 978 90 451 2288 5
Illustraties: Maartje Kuiper

Terug naar lijst

Poëzie hardop

Twee jaar lang waren Hans en Monique Hagen kinderboekenambassadeurs (kinderboekenambassadeux, zeiden ze zelf geestig, omdat deux het Franse woord voor twee is). In die tijd vroegen ze, waar ze maar konden, aandacht voor kinder- en jeugdpoëzie. Dat deden ze uitstekend. Zo schreven ze elke week een stukje over poëzie in de krant Het Parool. Die columns zijn nu allemaal gebundeld in ‘Poëzie hardop’.

Wat meteen opvalt is hoe mooi het boek eruitziet. Het is ontworpen en geïllustreerd door Maartje Kuiper, en dat heeft ze heel erg goed gedaan, vind ik. Maar ook Hans en Monique deden het goed.

Enthousiast en met veel kennis van zaken leiden Hans en Monique de lezer rond door de wereld van de poëzie. Soms doen ze dat heel persoonlijk en soms nemen ze wat meer afstand. Gaandeweg krijg je 95 gedichten van 65 dichters te lezen, waaronder gedichten van Hans en Monique zelf:

ik ben al groot
ik ben al zwaar
ik eet steeds beter
elke keer
weeg ik meer
op de kilometer

Dit gedichtje laat zien wat poëzie is: spelen met taal. Iedereen kan het en iedereen doet het. Daarom zou iedereen elke dag een gedicht moeten lezen. Dat zeggen Hans en Monique ook in hun bundel, die in elke boekenkast hoort te staan, liefst met de mooie voorkant naar voren. Niet om in één keer uit te lezen, maar om elke dag één column met een gedicht te lezen. 35 dagen kun je dan lezen in dit boek, en op dag 36 begin je gewoon opnieuw.

Staat er van mezelf ook een gedicht in? Jawel, drie. Waaronder deze:

Het woordje kunst

Eerst dacht ik bij het woordje kunst alleen aan schilderijen,
die stilletjes gevangen zijn in lijsten aan de wand.
Ik vond dat zielig en ik wou een schilderij bevrij'en,
maar ach, ik mocht het zelfs niet eens beroeren met mijn hand.

Toen dacht ik bij het woordje kunst ook eens aan beeldhouwwerken,
die doodstil staan gevangen op een sokkel in de grond.
Ik heb een beeld gestreeld, maar of een steen een aai kan merken?
Ik weet niet eens of 't standbeeld zélf wel wist dat het bestond!

Nu denk ik bij het woordje kunst aan thuis en aan verhalen,
die opgeslagen liggen in een dichtgeslagen boek.
Ik kan er met mijn vinger en mijn ogen in verdwalen
en vind er soms een streling in als ik een streling zoek.

Ted van Lieshout.

.
.