Marjet Huiberts over...‘Ben niet bang voor de wilde dieren’ van Geert-Jan Roebers

Terug naar lijst
 

Ben niet bang voor de wilde dieren

Titel: Ben niet bang voor de wilde dieren
Auteur: Geert-Jan Roebers
Uitgeverij: Gottmer, 2017
ISBN: 978 90 257 6760 0
Illustraties: Wendy Panders

Terug naar lijst

Ben niet bang voor de wilde dieren

Van Roodkapje was een toffe meidnaar ‘Ben niet bang voor de wilde dieren’: een soepeler wissel in de Leestafette kan ik me niet voorstellen. Ook omdat beide boeken geïllustreerd zijn door Wendy Panders.
Stokje aangenomen, rennen, verder is het een totaal ander boek.

Dit boek gaat over ‘spinnen, slangen, haaien en andere griezels’. Bioloog Geert-Jan Roebers heeft in totaal meer dan 250 angstaanjagende dieren beschreven.
De dieren zijn geordend in 11 hoofdstukken met spannende titels als: ‘Dieren die er eng uitzien’, ‘Dieren die eng doen’, ‘Levensgevaarlijke dieren’ en ‘Onschuldige griezels’.
De mississippi-alligator is zo’n dier dat er eng uitziet. Persoonlijk vind ik dit beest doodgriezelig. Die loerende ogen, die grote bek, die tanden! Alligators grijpen weleens kinderen die gaan zwemmen en die overleven dat niet. Maar voor hun eigen kinderen zijn ze juist heel zorgzaam. Moeder Alligator draagt haar kleintjes heel voorzichtig in haar bek naar het water. Schattig, hoor.
Sinds de film ‘Jaws’ behoren haaien ook niet tot mijn favoriete dieren. De witte haai is dan ook een joekel van vier tot vijf meter lang (het vrouwtje dan, het mannetje blijft kleiner). Inderdaad, de witte haai maakt weleens een menselijk slachtoffer.
Daarentegen is de reuzenhaai er een in de groep ‘onschuldige griezels’. Hij kan meer dan tien meter lang worden en heeft een enorme muil die constant wijd openstaat. Maar hij eet alleen kleine zeebeestjes. Even vragen naar zijn naam dus, als je een haai tegenkomt.
Een beest waar je eigenlijk veel banger voor moet zijn, is een teek. Als die zich aan je vastzuigt kan hij de Borrelia-bacterie (ook geen lieverdje) aan je overbrengen. Daar kun je een nare ziekte van krijgen.
Ik had laatst zo’n teek in mijn oorlel. Hij zag eruit als een mooi, zwart oorknopje. Ik heb hem snel verwijderd met een tekentang (pincet kan ook). Als je dat binnen 24 uur doet, is de kans op de ziekte van Lyme heel klein.

Door dit boek krijg je een goed beeld van hoe gevaarlijk bepaalde dieren nu echt zijn. En waar die gevaren in schuilen. Ook ontdek je dat sommige dieren die er lief uitzien juist bedreigend kunnen zijn. (Knuffel nooit een echte grizzlybeer of een reuzenpanda!)
Het boek is vlot geschreven, in korte stukjes, en bijzonder informatief. Achterin zit een alfabetisch register waarmee je alle dieren kunt opzoeken.
De illustraties zijn een mix van levensechte foto’s en geestige tekeningetjes. Het omslag vind ik geweldig: een getekend spinnenweb met dieren en dierennamen erin geweven, met daarin een echte spin, glimmend zwart met een bloedrode vlek. Het is de zwarte weduwe. Ze heeft een giftige beet die dodelijk kan zijn. Gelukkig weet ik nu dat deze spin in Nederland niet voorkomt. Een spin in huis pak ik dus gewoon op. Met een duizenddingendoekje, dat wel.

Marjet Huiberts.

.
.