Gideon Samson over...‘Er is geen vorm waarin ik pas’ van Erna Sassen

Terug naar lijst
 

Er is geen vorm waarin ik pas

Titel: Er is geen vorm waarin ik pas
Auteur: Erna Sassen
Uitgeverij: Leopold, 2017
ISBN: 978 90 258 6971 7
Illustraties:

Terug naar lijst

Er is geen vorm waarin ik pas

Dit wordt geen recensie. Of tenminste, niet een recensie zoals je recensies misschien wel kent. Ik ga je niet precies vertellen waar het boek over gaat, bijvoorbeeld. Als je dat heel graag wilt weten, kun je met gemak een beetje googelen en in een paar muisklikken zul je er dan wel achterkomen. Je leest over Tessel, de zeventienjarige heldin van het boek, en over haar ingewikkelde jaar in de vijfde klas van de middelbare school. Haar behoorlijk vreemde relatie met een leraar op school komt ongetwijfeld voorbij en ook die tussen haar en de moeder van Sanne, een overleden meisje dat Tessel nooit heeft gekend. Tot zover de inhoud. Hoe dat precies zit is dus door anderen al geschreven. Zoek maar op, zou ik zeggen. Of nog beter: lees het boek.

Ik ga hier iets anders doen. Ik wil namelijk vertellen waarom ‘Er is geen vorm waarin ik pas’ mij diep heeft geraakt. Nee, met het verhaal zelf is ook behoorlijk weinig mis hoor, maar de werkelijke reden waarom dit boek nog dagen, weken en zelfs maanden na bleef galmen in mijn hoofd, heeft te maken met de manier waarop dat verhaal wordt verteld. Want die manier is geweldig.

Zelden gebeurt het me dat ik een boek lees waarvan ik van de eerste tot de laatste bladzijde zo extreem geloof in de hoofdpersoon. Maar deze Tessel… Ja, Tessel leeft. Ze is écht.  Natuurlijk, toen ik het boek uithad begreep ik wel dat ze door de schrijfster was verzonnen, maar tijdens het lezen – vanaf de allereerste regels tot en met de laatste paar woorden ruim tweehonderd fascinerende bladzijden later – vergat ik dat totaal. En dat kwam door Tessels manier van praten, denken, doen en vertellen.

Door middel van aantekeningen, krabbels, liedteksten, gedichten, brieven, mailtjes en lijstjes word je als lezer meegenomen in een gedachtestroom die je ook zonder dat je zelf zo denkt volledig herkent. En exact dát is wat een boek volgens mij grandioos goed maakt. Ben ik ooit een zeventienjarig pubermeisje geweest? Eh, nee. Ben ik ooit in de ban geraakt van een tien jaar oudere docent op de middelbare school? Nee, ook al niet. Maar als ik met Tessel meelees, voel ik volledig dat haar leven zo is, dat ze zo denkt en zo doet. Ik voel in alles met haar mee. Ik snap haar. Ook al begrijpt Tessel zichzelf vaak niet.  Er is weinig zo verrukkelijk als verdrinken in een boekkarakter. Tessel is intelligent, grappig en kwetsbaar. Ze doet slimme maar ook oliedomme dingen. En als je het leest geloof je het allemaal. ‘Er is geen vorm waarin ik pas’ pakt je vast en dompelt je onder, en laat je voor even dat meisje van zeventien zijn.

Volkomen logisch dan ook dat Erna Sassen de Gouden Lijst voor dit boek won. ‘Er is geen vorm waarin ik pas’ verdient een blinkend goud randje. 

Gideon Samson.

.
.