Sanne Rooseboom over...‘Raaf en Papegaai: Expeditie Regenwoud’ van Li Lefebure

Terug naar lijst
 

Raaf en Papegaai: Expeditie Regenwoud

Titel: Raaf en Papegaai: Expeditie Regenwoud
Auteur: Li Lefebure
Uitgeverij: Clavis, 2016
ISBN: 978 90 448 2786 6
Illustraties: Jenny Bakker

Terug naar lijst

Spannende dieren in het regenwoud

Als ‘Raaf en Papegaai: Expeditie Regenwoud’ voor je op tafel ligt, dan wil je het openslaan. Dat komt door de heerlijke groene cover vol tropische dieren. En als je het dan openslaat, kom je gelijk mooie tekeningen van Jenny Bakker tegen, nog vóór het eerste verhaal begint. Een aapje, een vogel en een oude postzegel uit Costa Rica. Ik kreeg er zin van om op reis te gaan.

Raaf en Papegaai zijn twee vrienden die de wereld over vliegen. Op een kaart achterin het boek staat hun reis. In het eerste boek dat Li Lefébure over ze schreef, vlogen de vogels van Europa onder andere naar Afrika. In het tweede deel gingen ze naar de Himalaya. In dit derde boek wonen ze in het regenwoud. Eerst dacht ik dat ik deel 1 en 2 moest lezen om een recensie te kunnen schrijven. Maar toen bedacht ik me dat er genoeg lezers zijn die ook gewoon een boek pakken zónder dat ze de vorige delen kennen. Dus leerde ik Raaf en Papegaai pas kennen in dit boek. Dat kan gelukkig prima. (Alleen kwam ik er niet achter waar de twee vogels nou precies vandaan komen.)

In ieder hoofdstuk van ‘Raaf en Papegaai: Expeditie Regenwoud’ staat heel duidelijk een emotie of een levensles centraal. Papegaai wil zwemmen maar kan dat niet, Raaf is onredelijk en boos, een exotische vogel wordt gepest door de bekrompen Quetzal. De hoofdstukken eindigen met een vraag voor de lezer. Wat doe jij als je niet kunt slapen? Denk jij ook wel eens voor iemand? Als Raaf en Papagaai een wedstrijdje doen wie het beste kan na-apen, wint papegaai niet. Terwijl na-apen toch een typisch papegaaiending is. ‘Papegaai keek naar Raaf en de andere dieren die plezier maakten. Waarom lukte het hem niet om pret te hebben? Kwam het doordat hij zo graag wilde winnen?’ Hij leert om te gaan met zijn jaloezie door er met de andere dieren over te praten. Het verhaal eindigt met: Wanneer word jij jaloers? In elk hoofdstuk wemelt het ondertussen van de regenwouddieren: ara, toekan, brulapen, trompetvogel, pekari. Meestal moest ik ze opzoeken en zo leerde ik allemaal leuke dieren kennen.

Volgens de achterflap van het boek is het voor kinderen vanaf zes jaar. Ik denk dat dat misschien net nog wat jong is; voor een zesjarige is de taal soms wat plechtig. Maar voor zeven- of achtjarigen is het boek geweldig. Deel 1 kwam in de top 5 van de kinderjury terecht vorig jaar en dat is niet voor niks. Dit is een boek vol mooie tekeningen, exotische dieren en begrijpelijke emoties. Een mooi leesavontuur.

Sanne Rooseboom.

.
.