Kathleen Vereecken over...‘Een reus van een beer’ van Kristien Dieltiens

Terug naar lijst
 

Een reus van een beer

Titel: Een reus van een beer
Auteur: Kristien Dieltiens
Uitgeverij: De Eenhoorn, 2015
ISBN: 978 90 583 8997 8
Illustraties: Seppe Van den Berghe

Terug naar lijst

‘Een reus van een beer’ van Kristien Dieltiens (tekst) en Seppe Van den Berghe (illustraties)

Beren en mensen: het is altijd een nogal dubbel verhaal geweest. We groeien op met knuffelberen, maar later leren we dat beren vooral levensgevaarlijke dieren zijn. Hoe zit het nu eigenlijk?
In ‘Een reus van een beer’, een warm groeiboek van de moeder-zoontandem Kristien Dieltiens en Seppe Van den Berghe, maken we kennis met een moederbeer en haar jong: Broes. Pa Beer is kort na de geboorte van Broes verdwenen. De rode sporen in de sneeuw doen het ergste vermoeden. De mens had er iets mee te maken. Broes leert meteen dat de mens gevaarlijk is en dat beren vooral ver uit zijn buurt moeten blijven. Maar Broes is nieuwsgierig en gaat, samen met Mees, op zoek naar de mens. En dan ziet Broes de mens, zijn allereerste mens: een klein meisje. Een meisje dat lief en goed voor hem is.

‘Ze heeft geen ding dat schiet.
Ze heeft twee staartjes.
Niet op haar kont, maar op haar kop.
Een mens is niets om bang voor te zijn.’

Maar het loopt mis. Broes wordt gevangengenomen en belandt aan een touw in een stal vol boerderijdieren. Mees slaat alarm en een grootse reddingsactie wordt op touw gezet, waarbij Muis – die door de andere dieren als minderwaardig wordt beschouwd – zich tot een heldin ontpopt.
Heel mooi is hoe Kristien de orde der dingen schetst: aan de hand van de verhalen blijkt hoe elk dier zijn belang heeft. Wie voor de een hinderlijk of gevaarlijk is, is voor de ander nuttig of lekker. Iedereen heeft zijn plaats, alles klopt, en zo is het goed.

Broes is een aandoenlijk hoofdpersonage: een echt kindbeertje dat vertedert.
‘Een reus van een beer’ heeft veel in huis. Ik heb meegeleefd met de tocht en de redding van Broes. Ik heb ook af en toe hardop gelachen. Met de poepgrapjes, jawel. Maar ook met de kinderlijke logica van Broes, die bijvoorbeeld een heel eigen invulling geeft aan het begrip ‘dood’. Wanneer zijn moeder, die hem eerder probeerde uit te leggen wat ‘dood’ betekent, hem een dode zalm wil voederen, is Broes’ conclusie:

‘Dood ruikt naar vis.’

En ten slotte heeft het boek me ook ontroerd. Dat heeft veel, misschien wel alles, te maken met het mooie samenspel tussen tekst en tekeningen. Als niet-expert op het vlak van illustraties kan ik me alleen maar een intuïtieve mening vormen. “Mooi!” wil ik uitroepen over de tekeningen van Seppe Van den Berghe. Maar dat dekt de lading niet helemaal. Er is meer dan mooi. De tekeningen hebben me geraakt. Ik hou van het kleurenpalet, waarmee heel sterk de juiste sfeer opgeroepen wordt, en ik hou van de tederheid die de prenten uitstralen.

De moeder-zoontandem rijdt meer dan gesmeerd. Net als bij de beren.

Kathleen Vereecken.

.
.