Kees Spiering over...‘Een olifant op het strand’ van Gerard B. Berends

Terug naar lijst
 

Een olifant op het strand

Titel: Een olifant op het strand
Auteur: Gerard B. Berends
Uitgeverij: Uitgeverij Holland, 2008
ISBN:
Illustraties:

Terug naar lijst

Niemand denkt, schrijft of dicht als Gerard B. Berends. ’t Zal zo zijn dat iedere (jeugd)dichter een eigen stijl heeft, maar niet al die stijlen zijn even herkenbaar. Soms lees je een gedicht en denk je: “Hmmm. Zou van A kunnen zijn of van B, maar ook van C en zelfs van D.” Bij een gedicht van Berends denk je dat niet. Zijn (jeugd)gedichten zijn uit duizenden herkenbaar.

Gerards gedichten zijn vaak een beetje absurd en verschríkkelijk geestig. Gevaarlijk! Veel humoristische gedichten zijn na drie keer lezen niet grappig meer. En absurde gedichten vallen wel in de smaak bij jonge kinderen en sommige volwassenen, maar meestal niet bij de leeftijdsgroep (12+) waar Gerard, denk ik, jeugdpoëzie voor schrijft. Máárrr… Niemand dicht als Gerard B. Berends. Zijn gedichten zijn niet grappig vanwege een goed gevonden rijm of verrassende slotregel. En ze zijn niet onbegrijpelíjk absurd. Veel van zijn jeugdgedichten zijn geestig en een beetje absurd omdat de dichter ‘dingen’ bij elkaar zet die niet bij elkaar passen. En omdat Gerard B. denkt zoals niemand denkt.
Gerards bundel ‘Het begin is anders’ (DiVers, 2002) is één van mijn lievelingsjeugdbundels. Stuk voor stuk gedichten die ik best zelf had willen schrijven, maar ja. Niemand dicht als ...

Bushaltes

Bushaltes, zei mijn vader, bushaltes
die al wekenlang buiten gebruik zijn.
Nou, zei mijn oom, maar wat denk je
van kikkers die soms zomaar kwaken?
En van hotelreceptionistes die zich
elke morgen bij zonsopgang scheren?
Ja, zei mijn vader, ja, dat is waar!
En van duiven, ging mijn oom verder,
duiven die hoesten onder het vliegen?
Ja, zei mijn vader nogmaals, ja, ja!

Dit is één van de gedichten uit ‘Het begin is anders’. Je zou kunnen zeggen: onzin, waar gáát dit over? Het eerste (“onzin”) lijkt me niet waar. Het tweede: een goede vraag. Die niet hoeft te worden beantwoord. Gedichten zijn geen puzzels of sommen. Om een gedicht mooi te vinden, hoef je het niet (helemaal) te begrijpen. Ik geniet van dit gedicht, steeds weer, zonder het te ‘snappen’. Áls ik het snapte, als er iets te snappen víél, vond ik er waarschijnlijk niets meer aan.


Ik vind Gerard B. Berends een briljant dichter. En: een briljant voorlezer. Ik heb hem zijn gedichten een paar keer in theaters horen voorlezen en dat waren, voor alle toeschouwers, onvergetelijke optredens. Denkt je docent erover een dichter op school uit te nodigen? Laat hem Gerard Berends kiezen. (Óf mij.)

Gerard is, helaas, niet érg bekend. Maar in 2007 was-ie dat even wél. In dat jaar verscheen ‘De Nederlandse kinderpoëzie in 1000 en enige gedichten’. Een dik boek, samengesteld door de beroemde schrijver, dichter, et cetera Gerrit Komrij. Hij had alles gelezen wat er in de afgelopen 500 jaar in Nederland en Vlaanderen aan kinder- en jeugdpoëzie was verschenen. De, volgens Komrij, 1000 “en enige” beste gedichten staan in zijn boek of bloemlezing.
Komrij liet ook merken hoe goed hij bepaalde dichters vond. Hij gaf ze als het ware cijfers, van 1 tot 10. Als hij een dichter een 8 vond, zette hij van die dichter acht gedichten in zijn boek. Van Gerard staan in ‘De Nederlandse kinderpoëzie …’ tíén gedichten. Terecht.

Kees Spiering.

 


 

.
.