Anna Jansen - Gronkowska over...‘22 wezen’ van Tjibbe Veldkamp

Terug naar lijst
 

22 wezen

Titel: 22 wezen
Auteur: Tjibbe Veldkamp
Uitgeverij: Lemniscaat, 1998
ISBN: 978 90 563 7109 8
Illustraties: Philip Hopman

Terug naar lijst

 “Ik wil gewoon graag lezen dat het met iedereen goed komt,” zei Tjibbe Veldkamp in een interview met Bas Maliepaard in het dagblad Trouw. Waarom, zou je dan kunnen vragen. Want in bijna alle kinderboeken komt het toch altijd met iedereen goed. Daar heb je gelijk in, zeker als je kijkt naar prentenboeken. Die laten een onschuldige kleuter een nog meer onschuldige wereld zien: spoken blijken een schaduw van pappa’s jas te zijn, enge beesten verdwijnen als regen voor de zon en schattige kuikentjes schuilen altijd op tijd onder de vleugels van mammakip. Het punt is dat Tjibbe Veldkamp net andere boeken schrijft. De prentenboeken van Veldkamp zijn niet zoet, niet schattig en niet braaf. De prentenboeken van Veldkamp zijn gewaagd en bijzonder.

Zijn prentenboek ‘22 wezen’ werd veel in de media geprezen en in het Engels en het Frans vertaald. Veldkamp koos hier voor een thema dat geliefd is bij kinderboekenschrijvers, maar waar vaak over wordt gezwegen door prentenboekenmakers: een weeshuis. Een weeshuis is tenslotte iets zieligs en verdrietigs, iets waarover je liever niet aan peuters en kleuters vertelt.

Maar niet voor Veldkamp: zijn weeshuis is geweldig en zijn verhaal helemaal niet droevig. De wezen hebben het daar geweldig naar hun zin: ze spelen in de dakgoot, ze glijden van de trapleuning en balanceren op de balustrade van de balkons. Gevaarlijke dingen zijn dat, beweert de nieuwe directrice. En het moet afgelopen zijn met zulke uitstapjes, want ‘Een olifant kan tegen een stootje, maar een kind is geen olifant.’ Om de wezen tegen alle gevaren te beschermen, stopt directrice ze in hun bed. Daar moeten ze de hele dag en nacht blijven. Maar op een dag verschijnt er, uit het niets, een olifant. De wezen zijn dan verdwenen. De olifant helpt met het zoeken naar de kinderen. Een gevaarlijke zoektocht is het: op de trap, op de balkons en in de dakgoot. De directrice doet mee en al snel begint ze van het uitstapje te genieten. En als de wezen gevonden zijn, dan is de olifant weer zoek. Tijd dus voor een nieuwe ontdekkingsreis, en ja, zoals Veldkamp het graag wil hebben: het komt goed met iedereen.

Tjibbe Veldkamp vertelt het verhaal in duidelijke en geestige zinnen. Je komt wel een paar moeilijke woorden tegen, zoals ‘weeshuiswezen’, maar dat versterkt alleen het vreemde, het grappige en het onvoorspelbare. De prachtige illustraties van Philip Hopman passen zo goed bij de tekst, dat je het hele verhaal nog dagenlang in je hoofd hoort en ziet. Een heerlijk boek dus. Een avontuur waar én de voorgelezen kleuters én de voorlezers veel plezier aan zullen beleven.

Anna Jansen-Gronkowska.

.
.