Lydia Rood over...‘Floris’ van Agave Kruijssen

Terug naar lijst
 

Floris

Titel: Floris
Auteur: Agave Kruijssen
Uitgeverij: Terra Lannoo, 2006
ISBN: 978 90 856 8082 6
Illustraties:

Terug naar lijst

[Gijsbrecht] dreef zijn ros door de struiken, hij maaide met zijn zwaard. Overal klonken kreten om hulp, om Maria en alle heiligen die je maar kon bedenken. Daar, tussen de takken, zat een kerel met een boog. Hij loerde naar Gijsbrecht, de boog gespannen, de pijl gericht. Plotseling haalde iemand Gijsbrecht in, er klonk een klap, de man donderde uit de boom, smakte op de grond...
Zijn redder was jong, piepjong.
 
Als Agave Kruijssen een verhaal schrijft, zit je er middenin. In 'Floris' vertelt ze een waar gebeurd verhaal, en dat is bijzonder, want vaker schrijft ze ‘sprookverhalen’, verhalen die al zo oud zijn, dat er heel wat verbeelding aan te pas is gekomen.
 
Floris was een Hollandse graaf in de dertiende eeuw. Hij erfde bezittingen in Holland, Zeeland en Utrecht en het was een hele klus om dat allemaal bij elkaar te houden. Bovendien was zijn vader in West-Friesland vermoord, en het was Floris’ hartenwens om hem te wreken. Maar de Friezen lieten zich niet zomaar in de pan hakken.
 
Deze graaf Floris is na zijn dood in een lied afgeschilderd als een tiranniek heer. Ook komt hij voor in een oud, beroemd toneelstuk van Vondel, waarvan zijn tegenstander Gijsbrecht van Amstel de held is. Maar Agave Kruijssen laat zien dat Floris in het echt een aardige man was, die goed zorgde voor zijn vrouw, zijn minnaressen en zijn kinderen, en die alleen oorlog voerde als hij niet anders kon. Andere edelen en ridders spannen tegen hem samen. De jonge Geert, die trouw is aan Floris, ziet het gebeuren maar snapt te laat dat Floris in gevaar is.
 
In verhalen over hebzucht en macht worden vrouwen en kinderen vaak vergeten. Hoe was het bijvoorbeeld om één voor één je kinderen te zien sterven? Hoe was het om te moeten trouwen met een vreemd koningskind overzee? Hoe voelt een verliefde schildknaap zich die opeens met zijn heer mee moet omdat die ergens anders koning kan worden? Agave Kruijssen vergeet nooit om díe verhalen ook te vertellen.
 
'En ga ik dan met u mee?’
‘Je bent mijn schildknaap.’
Geerts hart bonsde zo hard dat hij bang was dat de graaf het zou horen. ‘En Margje?’ vroeg hij.
(...) Geert voelde hoe de graaf hem onderzoekend aankeek. Nu mocht hij niet blozen. God laat me niet blozen, dacht Geert.
 
Dankzij de toneelschrijver Vondel is Floris’ bijnaam bekend gebleven: ‘der keerlen God’, de God van de kerels (en dat betekende boeren). Om zo’n bijnaam te verdienen, moet je goed zijn voor gewone mensen. Dat was nog niet zo in de mode in Floris’ tijd, maar hij slaagde er dus in. Dat maakt hem een heel bijzondere mens - en die mens met al zijn avonturen heeft Agave Kruijssen ons in 'Floris' cadeau gedaan.
.
.