VerdwijnkindBies van Ede

Terug naar lijst
 

Verdwijnkind

Titel: Verdwijnkind
Auteur: Bies van Ede
Uitgeverij: Pimento, 2010
ISBN: 978 90 499 2437 9
Illustraties:

Terug naar lijst

Wie niet weg is, is gezien

Biko valt niet op. Dat deed hij als baby al niet. Zijn tweelingbroer Hugo wel. Die gilde alles bij elkaar toen hij geboren werd. Zo hard, dat niemand Biko opmerkte. In het ziekenhuis werd hij opzij gelegd en de schreeuwlelijk kreeg alle aandacht. Maar gelukkig vond Jabba hem. Die zag al meteen dat er iets bijzonders was aan het kind. Af en toe lijkt het wel onzichtbaar!

Jabba is schoonmaker in het ziekenhuis. Hij zorgt ervoor dat de baby te eten krijgt en verschoond wordt. Als hij vraagt van wie het kind is, weet niemand het. Dus geeft Jabba het een naam en gaat ermee naar huis. Nou ja, huis… Jabba woont in een garage, waar geen auto meer in staat, alleen maar oude rommel. Daar heeft hij het zo gezellig mogelijk gemaakt.
In het land waar Jabba vandaan komt, zorgde hij voor het aanleggen van waterleidingen. Maar daar kon hij niet blijven: het was er oorlog en erg gevaarlijk. In Nederland hebben ze hem niet nodig als waterwerker, daar is water genoeg. Daarom maakt Jabba schoon. Hij probeert zo onopvallend mogelijk te leven, want eigenlijk woont hij stiekem in Nederland.

In ‘Verdwijnkind’ beschrijft Bies van Ede op een grappige en mooie manier hoe Jabba zijn best doet om tegelijkertijd vader en moeder voor Biko te zijn. Als Biko met een wiebelige ladder op het dak van de garage klimt, splitst Jabba zich in tweeën:

Dus speelde Jabba voor moeder en waarschuwde Biko het hele eind van beneden naar boven. Als Biko veilig op het dak was aangekomen, ging Jabba naar binnen en schonk grote glazen limonade in. Die bracht hij even later naar het dak. Hij was dan de vader die het dapper vond dat zijn zoon het dak op durfde.

Omdat Biko zo onopvallend is, vergeten zijn juffen steeds dat hij er is. Maar klasgenootje Loekie ziet Biko meteen. Zij kan heel goed kijken, omdat ze opgroeit in een gezin waar alleen maar lawaai is. Daarom gebruikt ze liever haar ogen dan haar oren, anders zou ze doof worden. Vanaf het eerste moment dat ze elkaar zien, zijn ze de beste vrienden. Ze spelen veel samen, maar komen ook twee dieven op het spoor. Dan komt het goed uit dat Biko niet makkelijk te vinden is!

In ‘Verdwijnkind’ komen veel verschillende mensen voor. Je voelt al een beetje aan dat hun verhalen samen gaan komen. Maar hoe dat precies gaat, kun je niet voorspellen. Dat is het leuke van ‘Verdwijnkind’ en natuurlijk vooral het knappe van de schrijver. Hij weet van het boek een spannend verhaal te maken, met daarin ook veel grappige, mooie en gevoelige momenten. Daar hoef je niet naar te zoeken, die kom je gewoon vanzelf tegen!

Juulke.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.