TroepIlse Bos

Terug naar lijst
 

Troep

Titel: Troep
Auteur: Ilse Bos
Uitgeverij: Lemniscaat, 2013
ISBN: 978 90 477 0540 6
Illustraties: Linde Faas

Terug naar lijst

Het is een troepje!

Denk je dat Pippi Langkous het enige kind is dat prima voor zichzelf kan zorgen, zonder ouders? Ilse Bos laat in ‘Troep’ zien dat je het dan helemaal mis hebt. Pola, Wanja, Vladimir, Wally, Aznar, Knut, Wolke, Mo, Hidde, Nillem, Trijn, Flip en Tuitje kunnen dat namelijk ook hartstikke goed. Met zijn dertienen wonen ze in de Blauwtje, een boot aan het Vieze Landje. Hun moeder Taatje reist ondertussen de hele wereld over, op zoek naar haar Grote Liefde.

Mevrouw Wijfjes van het Zorgbureau is het grootste probleem van de kindertroep. Deze vrouw kan zomaar op Onaangekondigd Huisbezoek komen. En dan zullen alle kinderen Uit Huis Geplaatst worden. Als er een vader of een moeder op het tienminutengesprek komt, is er voorlopig geen huisbezoek. Probleem: hun moeder is aan de andere kant van de wereld. Oplossing: als er geen moeder is, moet er een vader gezocht worden. Simpel zat. Ze sluiten een deal met Maarten, een man die enigszins in de war is na de verdwijning van zijn broer Willem. Maarten speelt voor vader en daarna helpen de kinderen hem zijn broer te zoeken.

Tijdens die zoektocht wordt ‘Troep’ steeds raarder, maar wel op een grappige manier. Er verschijnen vage beestjes die zichzelf ‘Onbedoelden’ noemen. ‘Pissebedden, daar leken ze nog het meest op, maar dan mistiger.’ Er wordt een hoop gezocht: de Onbedoelden zoeken Onbedoeld Gebied, Maarten en de kinderen zoeken Willem en de kinderen zoeken ook nog eens een nieuwe ligplaats voor hun boot. De kinderen splitsen zich in twee groepen, de Onbedoeldegebiedenexpeditie en de Willemspeurtocht. Twee spannende avonturen waarvan het absoluut niet zeker is dat ze goed aflopen.

Met haar prachtige kleurrijke tekeningen maakt Linde Faas het boek tot een feestje om te lezen. Samen maken Ilse Bos en Linde Faas elk kind herkenbaar en uniek. De kinderen hebben hun eigen kenmerken (Laat er iemand een scheet? Dat moet Wally zijn.), hun eigen talenten (Knut kan zo goed koken, dat hij de kok van de Blauwtje is), hun eigen uiterlijk (Die ruige rode paardenstaart? Duidelijk Wanja.) en hun eigen taalgebruik (Wil er iemand ‘fuuj aanmake’? Dat moet de tweeling Flip en Tuitje zijn, de jongsten van het stel). Raak je toch de kluts kwijt wie wie is? Achter in het boek staan tekeningen van alle kinderen, met hun naam en eigenschappen erbij. Even spieken mag best. Ook als je de kluts niet kwijt bent, is het trouwens leuk om deze bladzijdes te lezen. Je ontdekt namelijk dingen over de kinderen die niet in het boek staan!

‘Troep’ is soms een beetje rommelig, maar vooral erg grappig, druk, ontroerend en vrolijk. Een boek om hardop bij te lachen en om soms bij te denken: ‘Oh jee, als dat maar goed komt.’ Eigenlijk is ‘Troep’ een… troepje! Maar dan leuk.

Karine.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.