Springende pinguïns en lachende hyena’sJesse Goossens

Terug naar lijst
 

Springende pinguïns en lachende hyena’s

Titel: Springende pinguïns en lachende hyena’s
Auteur: Jesse Goossens
Uitgeverij: Lemniscaat, 2013
ISBN: 978 90 477 0528 4
Illustraties: Marije Tolman

Terug naar lijst

Dierenmanieren

Weet jij dat een cheeta sist als hij bang is? Dat ook een blinde kameleon de kleur van zijn omgeving aanneemt? Dat een mannetjeskomodovaraan twee penissen heeft? En dat de voortanden van een bever nooit stoppen met groeien?

Al deze weetjes staan in het prachtige boek ‘Springende pinguïns en lachende hyena’s’. Jesse Goossens heeft de weetjes verzameld. Per dier staat er een korte tekst, wisselend in lengte van twee tot twintig regels. De informatie over de dieren is vooral bijzonder of heel grappig.

In Afrika wordt de hyena gezien als een heksenhuisdier, net als bij ons de zwarte kat. Je kunt maar beter geen hyena doden, want dan weet de heks je te vinden.

Het gaat er niet om dat je alles leert over de beschreven dieren. Het gaat juist om de tekeningen, in combinatie met die weetjes. Dat zie je direct, aangezien de tekeningen heel groot zijn (ze lopen over meer dan drie kwart van de dubbele pagina) en de tekst in de smalle witte kolom er naast staat. Tekenaar Marije Tolman heeft zo alle ruimte om de dieren uit te beelden. En wat doet ze dat goed.

Op een van de tekeningen zie twee tapirs met een tevreden opgeheven snuit, als een soort snorkel, door het water lopen. Ze dragen grote witte onderbroeken, waarbij die van het vrouwtje een kanten randje heeft gekregen. De omgeving bestaat alleen uit blauwgroen water met een paar kleine rimpelingen. Zo gaat alle aandacht naar de dieren.

De achtergrond van bijna elke tekening is een mooi kleurvlak. Wel steeds met een andere kleur, waardoor de tekeningen een heel eigen sfeer krijgen en er veel afwisseling ontstaat. De omgeving van de vleermuis die met een gebroken poot in een ziekenhuisbed ligt, is bruingroen. En die van de springende pinguïns is zonnebloemgeel. Bij de bizons lijkt het of ze aan het verspringen zijn in een grot met van die oeroude wandtekeningen.

Bij de wolf laat Marije Tolman aan de ene kant van de tekening een hongerige wolf zien die twintig kilo vlees aan het opschrokken is, terwijl aan de andere kant een kind in een wolvenpak opkijkt tegen een stapel van 140 hamburgers. Door zo’n vergelijking in beeld begrijp je het weetje beter. Op een andere tekening staan links dertig olifanten op een weegschaal en rechts een blauwe vinvis: ze wegen evenveel.

Er zijn echt grappige tekeningen, zoals van de zwarte panter en van de haai, maar ook minder geslaagde, zoals die van de gorilla die niet durft te zwemmen. De neushoorn die met een eenhoorn danst zou zo bij een verhaal van Toon Tellegen passen.

Wat een mooi boek: vijftig prenten om keer op keer te bekijken. Van welke prent zou jij een poster willen?

Inger.

 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.