Silas en de wolfSelma Noort

Terug naar lijst
 

Silas en de wolf

Titel: Silas en de wolf
Auteur: Selma Noort
Uitgeverij: Leopold, 2018
ISBN: 978 90 258 7540 4
Illustraties:

Terug naar lijst

Silas en de wolf

Toen ik ‘Silas en de wolf’ van Selma Noort in de winkel zag liggen, wist ik meteen: dit boek wil ik lezen. Niet alleen vanwege de beeldschone wolf die mij vanaf het omslag indringend aankeek (overigens gemaakt door Martijn van der Linden), maar omdat ik een uur daarvoor in de krant had gelezen dat de wolf misschien wel terug was in Nederland.

Ik vind wolven machtige, bijna magische dieren. Schuw, maar gevaarlijk. Dodelijk, maar trouw aan zijn roedel. Ik had gelezen dat natuurexperts drollen van een vrouwtjeswolf hadden gevonden op de Veluwe. Ze wachtten of ze na een paar dagen wéér verse drollen konden vinden, want dat was hét bewijs: dan was de wolf terug in Nederland.

Ik vroeg me dus meteen af of het verhaal daarover zou gaan. Over hoe Silas de eerste wolf van Nederland zou ontdekken. Maar toen ik het boek begon te lezen, duurde het nog een tijdje voordat de wolf gespot zou worden. We vallen namelijk in Silas’ leven als hij, midden in de winter, gaat verhuizen van De Grote Stad in Het Westen naar Het Dorp in Het Zuiden. Zijn vader is overleden en zijn moeder heeft besloten terug te gaan naar waar ze vandaan komt. Daar vindt ze een baan in een groot landhuis wat nu een verzorgingstehuis is voor oudere mensen. Het boek gaat over de eerste maanden van Silas in zijn nieuwe dorp. Noort neemt de tijd om je kennis te laten maken met zijn huis boven de bakkerij, de mensen in het dorp en in het landhuis, de andere gebruiken. Die ontmoetingen maken dat zijn leven een heel andere wending krijgt.

Zo ontmoet hij Johanna, een blinde oude vrouw met wie hij een geheim deelt.
Rinke, de kleindochter van de bakker die dierenarts wil worden en waarmee hij het bos in trekt.
Bertel, de nieuwe jongen in de klas.
Kamiel, de kok en jager.
Smeets, de boer van wie een aantal schapen zijn doorgebeten door de wolf.
En natuurlijk de wolf zelf. Want ja, Silas ziet niet alleen de drollen – nee, hij ziet hem écht.

Die ontmoeting is wel heel toevallig. Silas hoort op de radio dat er een wolf is gesignaleerd, hij loopt het bos is en ziet prompt de wolf. Maar het kan natuurlijk ook dat ik stiekem jaloers was op Silas. Ik hield het nieuws over de wolf al dagen bij, en ík had nog niks gezien in het bos. Gelukkig kon ik nu over Silas’ schouder meekijken en zag ik alsnog die gevaarlijk gele ogen en een bebloede bek met een slap konijn erin.

Na de ontmoeting met de wolf begint het verhaal spannend te worden. Niet het soort spannend waardoor je je nagels begint af te kluiven, maar het soort waardoor je ergens in je buik voelt dat er iets gaat gebeuren, maar je hebt nog geen idee wat. Dat komt omdat Noort het opschrijft alsof het gesneeuwd heeft: rustig en verstild. 

En dan, heel langzaam, zonder dat je het nog in de gaten hebt, vallen alle ontmoetingen op hun plek. Aan het einde komen ze samen en begrijp je dat Silas echt een nieuw thuis heeft gevonden.

Een nieuw begin op een nieuwe plek.
Net als de wolf in Nederland.

Tineke Honingh.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.