OverwinterenAn Cooreman

Terug naar lijst
 

Overwinteren

Titel: Overwinteren
Auteur: An Cooreman
Uitgeverij: DiVers, 2001
ISBN: 978 90 766 3312 1
Illustraties:

Terug naar lijst

De seizoenen van je hart

De natuur kent het ritme van de seizoenen. Het hart kent ze even onverbiddelijk. Met haar debuutbundel 'Overwinteren' trekt An Cooreman met woorden een spoor van barre oorden naar betere plekken. Van de nazomer over de winter heen naar de lente en de bijna vergeten zomer, waarin alles zorgeloos lijkt.

De cyclus van opkomst naar ondergang is onverbrekelijk verbonden met het leven zelf en daardoor ook met onze gevoelens en vriendschappen. Dat lijkt op het ritme van de jaargetijden met hun steeds veranderende weersomstandigheden.

Cooreman gebruikt taal als instrument om uitdrukking te geven aan de sfeer die past bij de seizoenen van haar hart of van het verloop van een relatie, compleet met ups en downs. Om die golfbeweging duidelijk te maken, zijn de gedichten in de bundel in drie reeksen gerangschikt. Elke reeks is geschreven in een andere stemming. Grofweg zou je kunnen zeggen dat het deel 'Bladzeer' gaat over de herfst en afscheid en het deel 'Overwinteren' over kou en eenzaamheid. In het derde deel 'Daglicht', over de lente, gaat alles weer een stukje beter.

Zelfs onze woorden zijn niet veilig voor de invloed van het weer. Of, zoals de dichteres bedoelt, voor onze stemmingen. Deze vergelijking tussen het weer en stemmingen voert Cooreman knap door: 'en grijs als de dag om vijf/is onze taal die in warrige tekens/uiteenwaait'. Woorden kunnen ook zelf winter oproepen, zoals in het gedicht 'bladzeer': 'toen ik in wind en weer/van onze taal elk blad/verspeelde'.

De dichteres drukt het door haar gekozen beeld niet alleen uit in woorden, maar ook in de melodie van de gedichten. In de eerste twee reeksen is de woordkeus wat hoekig en onverwacht, waardoor soms minder toegankelijk en ook de toon van de 'winterse' gedichten is soms bijna onmuzikaal. De beelden verliezen hun vloeiendheid en verstarren, net als water ijs wordt: 'wind vriest/ alles in, praten/ vindt nauwelijks/ adem/ wij/ amper een dak/ voor de nacht'.

Naarmate het 'lichter' wordt, aan het einde van de winter, veranderen klank en ritme van de gedichten. Er ontstaat een bijna onmerkbare ontspanning, maar eerst moet het nog slechter worden, oftewel het ijs dikker. Dat is in het gedicht 'overkant', waarin: 'misschien, droom ik/ is het ijs hard genoeg/ en schaats je vannacht/ naar me over'. Hoop doet leven. Als daarna de dooi intreedt, is letterlijk het ijs gebroken: 'brak dan/uit je gezicht/je stem/op drift'.

Transparant en lichtvoetig komt de lente, die de zomer reeds in zich draagt, zoals het zaad de bloem. Lees maar.

'pluizen

nu wentelen de dagen
naar lente
en is het wachten

tot woorden helder zijn en licht als pluizen

in onze tuinen hun bestemming vinden'

Inspiratie ligt bij wijze van spreken op straat. De talige An Cooreman heeft zich voor het schrijven van dit debuut laten inspireren door de kracht van jongerenpoëzie. Toch moet je best veel zomers meemaken om te leren zien dat de lente alleen na de winter kan aanbreken. Daarom een bundel voor de filosofische lezer van 16 jaar en ouder.

Babs.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.