OntmoetingenGeert De Kockere

Terug naar lijst
 

Ontmoetingen

Titel: Ontmoetingen
Auteur: Geert De Kockere
Uitgeverij: De Eenhoorn, 2002
ISBN: 978 90 583 8139 2
Illustraties: Isabelle Vandenabeele

Terug naar lijst

Eenzaamheid is een meneer

Twee nieuwe dichtbundels van de Vlaamse dichter Geert De Kockere met als titels 'Ontmoetingen' en 'Het is hier goddelijk' zagen het daglicht. Beide titels vallen op door eigenzinnig woordspel met dubbele betekenissen van de taal en kunstzinnige vormgeving.

In 'Ontmoetingen' maakt Geert de Kockere op een verrassende manier personages van menselijke emoties en eigenschappen. Echte personen bijna, die je letterlijk kunt tegenkomen en waarmee je in gesprek kunt raken. Dit kan leiden tot grappige en absurde situaties. Want hoe zet je je uiteen met Eenzaamheid als die op je pad komt. Kijk je naar binnen, verval je in bespiegelingen of wil je hem helpen, net zoals de dichter? Als je Liefde tegenkomt, vul je dan bladzijden met mijmeringen, of doe je als De Kockere en groet je beleefd? En hoe is het gesteld met de Leugen, herken je die meteen? Zo niet de dichter, want:

'Leugen vermomde zich
als waarheid,
wrong zich in allerlei bochten
en nam plaats
binnen handbereik.

Om bestwil, zei hij nog.' 

Isabelle Vandenabeele maakte er karakteristieke portretten bij, die net als de gedichten ontwapenend eenduidig zijn, zodat beide elkaar versterken. Ook de tekeningen van Johan Devrome in de andere bundel, 'Het is hier goddelijk', hebben dat effect. De luchtige schetsen, soms slechts een enkele lijn, bekrachtigen de speelse en vindingrijke stijl van Geert De Kockere.

De gedichten in laatstgenoemde bundel gaan over uiteenlopende dingen van de mens en het leven. Ze bevatten veel woordgrapjes en doordenkertjes, zelfs als het gaat over ernstige zaken als sterven, 'goddevader' of hemzelf. Neem nou dit gedicht: 'Ik ben/ niet zo uitbundig,/ eerder inbundig./ Als ik juich,/ juich ik vooral in mezelf.' Gewoon erg leuk gevonden.

Het gevaar van deze opeenstapeling van vondsten en vondstjes is, dat als je er achter elkaar (te-)veel van leest, je het gevoel krijgt dat je het nu wel weet. Alsof het een soort foefje is. Net zoals je in een magazijn vol schatten niet meer goed kunt zien wat je mooi vindt. Maar als je de gedichten apart leest, ontdek je telkens kleine pareltjes.

Het lijkt of de manier van dichten niet veel zegt over de dichter zelf. Hij beschrijft meer de buitenwereld, dan dat hij iets over zijn gevoel zegt. Geert de Kockere denkt hier anders over, hij zegt: 'In elk gedicht/ zit een sleutelgat./ En wie nieuwsgierig/ genoeg is,/ kan mij zien./ Door dat sleutelgat.'

Zo zie je maar, Schijn bedriegt, dat weet de dichter maar al te goed na zijn ontmoeting met haar. Kijk door het sleutelgat en zie, alles waar de dichter over schrijft, zit in hemzelf. Ook Eenzaamheid, die meneer. 

Babs.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.