Mijn broer, de nieuwe en ikMartha Heesen

Terug naar lijst
 

Mijn broer, de nieuwe en ik

Titel: Mijn broer, de nieuwe en ik
Auteur: Martha Heesen
Uitgeverij: Querido, 2009
ISBN: 978 90 451 0983 1
Illustraties:

Terug naar lijst

Over eenzaamheid gaan we het verder niet hebben

Wij vonden die nieuwe meteen al niks, mijn broer en ik, maar mijn moeder was enthousiast. Mijn moeder vond het een schat, die nieuwe, echt een schat.

Toon is tien en samen met zijn broer Jan en zijn ouders is hij een opvanggezin. Dat betekent dat er vaak kinderen bij hen logeren met wie thuis iets ergs is. Toon en Jan hebben hun ouders gevraagd of ze alsjeblieft een tijdje geen nieuw pleegkind willen nemen. Maar ja, Rufus, die ‘nieuwe’, die Toon en Jan meteen al niks vinden, is een noodgeval. En tegen een noodgeval kan je geen nee zeggen. En zo komt Rufus, en daarna Gerrit, dan Jirre, Arend, Abigaël en tot slot Milo.

Pfff… dan is het boek uit, maar je weet dat er na Milo weer een ‘nieuwe’ komt. En dat valt niet mee! Toch mag Toon niet zeuren, vertelt hij.

Wij hebben alles. Dat krijg je dus hier naar je hoofd als je zeurt. Zeuren noemen ze het, terwijl je alleen maar serieus van plan was uit te leggen dat eigen kinderen ook best belangrijk zijn. Voor de meeste mensen dan.

En ook ‘over eenzaamheid gaan we het verder niet hebben’ zegt Toon. Tja, als iemand dat zegt, dan weet je genoeg. Gelukkig heeft Toon veel fantasie, dat helpt hem om elke keer zo’n ‘nieuwe’ aan te kunnen. Zo ziet hij ’s nachts Rufus’ spookvriendin echt bij zijn bed zitten. En hij gebruikt Abigaëls gave - ze kan mensen heel lang en eng aanstaren - om zijn meester gek te maken. Met de praatgekke Milo gaat hij zo om:

Ik begon gewoon te fantaseren en zo ontsnapte ik aan hem in mijn hoofd. Hij werd een waterval waar ik doorheen sprong; achter de waterval was het stil.

Wat je wel moet weten als je gaat lezen, is dat dit boek over Toon gaat. En niet over de pleegkinderen en hun droevige geschiedenissen, want die leer je niet echt kennen. Je weet niet waar ze vandaan komen of waar ze naartoe gaan, je weet alleen hoe ze zich gedragen. Martha Heesen vertelt in ‘Mijn broer, de nieuwe en ik’ juist het verhaal van Toon. En dat is een goed en mooi verhaal.

Want Rufus mag dan een schatje zijn, Toon is de grootste schat. Een eenzaam joch met een gouden hart, dat zijn lievelingsknuffel weggeeft aan Abigaël. Een joch dat zich schuldig voelt als Milo weggaat, terwijl de rest van het gezin de minuten aftelt tot Milo vertrekt.

En als Milo dan eindelijk weg is, dan gun je Toon zijn ouders terug. Maar je weet het al…elk moment kan er weer een ‘nieuwe’ op de stoep staan.

Marjolein.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.