KoepelsMariette Aerts

Terug naar lijst
 

Koepels

Titel: Koepels
Auteur: Mariette Aerts
Uitgeverij: De Vier Windstreken, 2011
ISBN: 978 90 511 6193 9
Illustraties:

Terug naar lijst

Deze maand een spannend voorproefje van de nieuwe Mariëtte Aerts, over Marni die na de Grote Overstromingen met haar vader in een enorme overkoepelde stad woont. Maar is het wel waar dat er buiten de Koepels geen leven mogelijk is? Marni gaat op onderzoek uit...

Tot hun verbazing was de tunnel niet pikkedonker, om de zoveel meter brandde er een klein, groen lampje dat het duister tot een spookachtige ruimte deed oplichten.
   ‘Waarom zitten er op een plek als deze nou lampjes?’ vroeg Marni verbaasd.
   ‘Misschien voor als er ergens een trein strandt met pech,’ opperde Tren.
   ‘Onder andere,’ knikte Vonya. ‘Maar die lichtjes zijn vooral voor de onderhoudsploegen.’
   Tren trok zijn neus op. ‘Dat lijkt me een rotbaan zeg, onderhoudsmonteur hier in het donker!’
   ‘Het zijn dan ook alleen maar METs die hier werken,’ legde Vonya uit. Haar stem werd ijzig toen ze vervolgde: ‘En voor een MET is het natuurlijk niet erg.’
   ‘Voor een MET is nooit iets erg,’ beaamde Marni, die de ijzige toon niet had opgemerkt.
   Tren keek om zich heen. ‘En wat nu?’ vroeg hij aan Vonya.
   ‘Hier kunnen we vrijuit praten,’ zei Vonya. ‘Geen Registratie die al je woorden oppikt. Wat mijn ouders betreft...’ ze keek Tren aan, ‘... want daar vroeg je daarstraks naar, ja, die zijn een paar keer buiten geweest. Telkens voor een aantal weken. Ze zijn beiden bioloog. Ze doen onderzoek naar plantensoorten en zijn de eerste keer naar het omliggende terrein van Koepel 14 geweest, waar we toen woonden. Ze verzamelden er planten en brachten die mee terug.’
   ‘Planten?’ zei Tren met een schamper lachje. ‘Zoveel groeit er daarbuiten toch niet meer?’ Hij kon in het duister nog net onderscheiden hoe Vonya haar hoofd schuin hield en hem smalend aankeek.
   ‘Er is toch alleen maar moeras?’
   ‘Welnee. En bovendien bestaan zelfs moerassen uit meer dan alleen maar water.’
   ‘Modder met wat waterplanten,’ zei Marni. ‘Ik heb die beelden gezien, bij de lessen Geo.’
   Vonya snoof minachtend.
   Marni voelde zich een beetje kribbig worden, die Vonya moest niet de hele tijd doen alsof ze alles beter wist! ‘Na de Grote Overstromingen is al dat water achtergebleven, het is nu een drassige kledderboel waar bijna niets meer in leeft.’ Zo had ze het geleerd.
   ‘Maar waar je met een bootje best doorheen kunt varen,’ kaatste Vonya terug. ‘En het schijnt dat er in die drassige kledderboel genoeg interessante planten groeien. Ze worden verzameld om naar hun eigenschappen te kijken, want misschien zijn ze wel geschikt voor medische doeleinden of voor consumptie. Het valt niet mee om duizenden mensen die in halfronde bollen zijn gaan wonen te blijven voeden en in goede conditie te houden! De overheid heeft daar haar handen vol aan en er zijn heel wat bedrijven die een flinke zak tens over zouden hebben voor nieuwe voedingsmiddelen en weer andere die zakkenvol tens zouden geven voor plantensoorten boordevol vitamines.’
   ‘Vitamines,’ schokschouderde Tren. ‘Die hebben we toch zat? Die worden gemaakt door Vitalia.’ Hij trok een lelijk gezicht. ‘Worden jullie ook zo doodziek van dat gezanik van Registratie dag in, dag uit dat je de juiste hoeveelheid Vita weer eens niet ingenomen hebt? Wil je net gaan slapen, komt die zeurstem je weer je bed uit jagen omdat je niet al je doses Vitaminal hebt afgenomen.’
   ‘Daarom juist, omdat elke Koepelbewoner dagelijks een vaste dosis moet innemen, zal Vitalia vast af en toe problemen hebben om voldoende te produceren,’ zei Vonya. ‘Vitalia maakt momenteel veel van dat spul zonder dat er ook maar een plantje aan te pas komt, gewoon chemisch, maar dat schijnt niet altijd goed genoeg te zijn. Heel precies weet ik het niet, hoor...’
   ‘O nee? Toch niet?’ deed Tren geërgerd.
   ‘... ik vang alleen zo hier en daar weleens wat op wanneer mijn ouders er samen over praten.’ Vonya haalde haar schouders op. Onverstoorbaar ging ze verder: ‘Wat ik alleen maar wilde zeggen, is: je moet niet denken dat wij het in onze Koepels helemaal voor elkaar hebben. Er zijn best grote problemen, maar daar krijgen de meeste mensen niets over te horen. We worden zoet gehouden met veel vermaak: met een ComCent, met lekker eten dat overal te krijgen en gemakkelijk te bestellen is, met eindeloze VR-werelden. Niks te klagen.’
   ‘Nou, doe dat dan ook niet,’ hield Tren vol.
   Vonya was intussen tot aan het dichtstbijzijnde bleekgroene lampje gelopen. Daar bleef ze staan en ze draaide zich naar Tren en Marni om. ‘Maar wij moesten uit Koepel 14 verhuizen nadat de Autoriteit hoorde dat mijn ouders een paar lezingen hadden gegeven voor geïnteresseerden, die even later een klein groepje hadden gevormd dat nog veel meer informatie wilde. En Koepel 26 moesten we om ongeveer dezelfde reden verlaten. Mijn ouders vinden het onzin om hun mond dicht te houden over de buitenwereld, maar de Autoriteit heeft daar blijkbaar problemen mee. Er wordt ons geleerd dat er daarbuiten in het noorden niets anders dan ijsvlaktes liggen en in de zuidelijker streken eindeloze van de muggen vergeven moerassen waar niet in te leven valt. Maar mijn ouders hebben prachtige dingen gezien, ik heb hen erover gehoord.’
   ‘Wat voor dingen?’ vroeg Marni, nieuwsgierig geworden.
   ‘Zonsondergangen...’ begon Vonya.
   Maar ze werd onmiddellijk weer onderbroken door Tren. ‘Huh, die heb je in de VR ook.’
   ‘Echte zonsondergangen,’ zei Vonya beheerst. ‘En bloeiende planten, zoemende bijen...’
   ‘Wat ik zeg, die heb je in de VR ook allemaal, zoveel je wilt.’
   ‘Maar bovenal waren het de geuren, zeggen mijn ouders, de buitenlucht en de wind die de geuren van stilstaand water of van bloeiende planten meedraagt.’ Vonya keek Tren aan. ‘En die heb je in de VR niet.’ Ze lachte goedmoedig. ‘Maar ik zal er niet over doorzeuren, hoor.’ Ze gebaarde een eindje voor zich uit. ‘Daar verderop zitten wat vrienden van me. Ik weet niet of jullie zin hebben hen te ontmoeten?’
   ‘Waar?’ Marni sperde haar ogen wijd open.
   Tren schraapte zenuwachtig zijn keel. ‘Wat zijn dat voor lui, die zich ’s avonds diep in een donkere treintunnel ophouden?’
   ‘Gewoon, lui die niet altijd zin hebben in voorgekauwd vermaak en die ervan houden om af en toe eens iets te doen dat verboden is. Maar ze zijn niet eng hoor, en ze slaan je heus de hersens niet in.’
   ‘Hoe heb je die zo snel gevonden?’ vroeg Marni. ‘Je bent hier pas een paar maanden!’
   Vonya lachte. ‘Ze zitten in alle Koepels op dezelfde plekken.’
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.