Joris en de geheimzinnige toverdrankRoald Dahl

Terug naar lijst
 

Joris en de geheimzinnige toverdrank

Titel: Joris en de geheimzinnige toverdrank
Auteur: Roald Dahl
Uitgeverij: De Fontein, 1988
ISBN: 90 978 261 2326 9
Illustraties: Quentin Blake

Terug naar lijst

Een busje kerriepoeder, een flesje mierikswortelsaus en een blik bruine glansverf

Heb jij wel eens een toverdrank willen maken? Een goedje waardoor je kunt vliegen, je hond of kat gaat praten of waardoor je onzichtbaar wordt, zodat je ongestoord je juf of meester kunt pesten?

Joris uit ‘Joris en de geheimzinnige toverdrank’ doet het gewoon. En hoe! Joris heeft een ontzettend vervelende grootmoeder die altijd op hem loopt te mopperen. Tot overmaat van ramp woont dat kreng nog bij hem en zijn ouders op de boerderij ook. Ze vraagt nooit eens of Joris samen een spelletje met haar wil doen of hoe het met hem gaat. In plaats daarvan schreeuwt ze altijd dat Joris niet genoeg suiker in de thee doet en dat hij alleen maar kattenkwaad uithaalt: ‘Je bent een misselijke kleine klier! Je bent een lui en ongehoorzaam klein wurm, en je groeit nog te hard ook!’

Ja, die grootmoe – dat is me er eentje. Tegen grootouders moet je natuurlijk aardig en beleefd zijn (en gelukkig zijn de meeste opa’s en oma’s heel lief!) maar in zijn hoofd maakt Joris grootmoe voor de meest grappige dingen uit:

Dat misselijke ouwe loeder van een grootmoeder
Dat smerige, oude wijf
Heks
Die ouwe kraai
Een een of ander vreemd monster
De oude bonenstaak


Je begrijpt nu vast hoe erg Joris grootmoe zat is. En dus bedenkt hij een fantastisch plan. Hij brouwt een toverdrankje voor haar zodat ze eens flink zal schrikken. Joris mag dan nog maar acht zijn, dapper is hij wel!

Hij maakt een reuzenpan klaar met van alles wat hij in huis kan vinden. Kanariezangzaad, schapenwater, motorolie: niets is te gek. Hup, in die pan! Het is één groot feest om te lezen hoe Joris zijn drankje klaarmaakt. Een snufje hier… en een snufje daar. Eigenlijk schrijft Roald Dahl op dezelfde manier zoals Joris zijn drankje brouwt. De ‘ingrediënten’ die hij in ‘Joris en de geheimzinnige toverdrank’ stopt – een dappere goedzak als Joris die niet meer met zich laat sollen, de nare grootmoe, de grappige zinnen, het fantasierijke taalgebruik – maken het verhaal tot een waar leesgenot. Je ziet bijna voor je hoe Dahl tijdens het schrijven gedacht moet hebben: nog een grappige zin hier… nog een spannende wending daar …

De vraag is natuurlijk: hoe loopt het met grootmoe af nadat ze het drankje drinkt? Daar kom je vanzelf achter als je het boek leest. Je kunt ‘Joris en de geheimzinnige toverdrank’ zelf lezen vanaf ongeveer negen jaar, maar als je iets jonger bent, kun je natuurlijk ook iemand vragen om het aan je voor te lezen! Geniet ook van de grappige en speelse tekeningen van vaste Dahl-tekenaar Quentin Blake.

Enne … dat drankje van Joris … dat kun je thuis beter écht niet namaken. Lees liever het boek!

Lizan.

Leestip: De grootmoe van Joris is een ‘smerig, oud wijf’, maar de opa van Sammie is juist een hele fijne en fantasierijke grootouder. Lees daar alles over in ‘Sammie en opa’ van Enne Koens.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.