JeugdfloraAnnette Fienieg

Terug naar lijst
 

Jeugdflora

Titel: Jeugdflora
Auteur: Annette Fienieg
Uitgeverij: Cyclone, 2012
ISBN: 9789058780720
Illustraties: Annette Fienieg

Terug naar lijst

Die gele bloem daar

Hondsdraf, kattenstaart, vogelwikke: nee, het zijn geen dieren. Samen met de gele plomp, de zeeaster en nog 75 andere wilde planten staan ze in de ‘Jeugdflora’ van beeldend kunstenaar en illustrator Annette Fienieg. Een wilde plant wil zeggen dat je die in de vrije natuur tegenkomt. Hoewel: sommige planten vind je ook in de tuin. Bijvoorbeeld als onkruid, zoals het zevenblad:

Heb je eenmaal zevenblad in de tuin, dan heb je altijd wat te doen. Het is namelijk heel moeilijk om er weer van af te komen. De plant heeft dunne witte uitlopers aan zijn wortels. Als je bij het wieden een klein stukje wortel laat zitten, groeit daar een hele nieuwe plant uit.

Klinkt dit je bekend in de oren? Bekijk de tekening van het zevenblad, en dan weet je het zeker. Gezien, in het bos of in de tuin. Wat je misschien nog niet wist, is dit:

Er is trouwens ook een manier om van zevenblad af te komen: je kunt de blaadjes namelijk eten.

Hetzelfde geldt voor de brandnetel, die ook opgenomen is in deze handige gids. In ‘Jeugdflora’ kun je niet alleen bekijken hoe de planten eruit zien en er een verhaal over lezen, Annette Fienieg zet ook de belangrijkste kenmerken op een rijtje. Zoals bij het madeliefje:

Hoogte: tot 15 cm
Bloeiwijze: geel hartje met witte blaadjes
Wanneer: februari-november

En wat dacht je van de kattenstaart? Die kan best een meter hoog worden, en je vindt hem alleen dicht bij water. Het is een lange plant met smalle bloemblaadjes die ‘aan crêpepapier doen denken’. En inderdaad: de vorm van de kattenstaart is precies wat de naam zegt.

Trouwens, over eetbare planten gesproken: ook de bosaardbei, de kamille, de tijm en de blauwe bosbes staan in het boek beschreven. En ook een plant die je niet moet eten:

Zwarte nachtschade klinkt als de naam van een sprookjesheks. En terecht, want de zwarte bessen van deze plant zijn giftig. Oppassen dus! De witte bloemen zijn stervormig en hebben vijf kroonblaadjes, met in het hart een geel ‘toetertje’. Tomaten en aardappels hebben ook zulke bloemetjes.

Voorin het boek heb je een handige lijst van alle planten, bloeitijden en groeiplaatsen, gesorteerd op de kleur van de bloem. Ook leer je op aparte pagina’s de namen van verschillende vormen van de bloem (aar, tros, kolf...) en het blad (getand, hartvormig, drietallig...), alsook de onderdelen van een plant en een bloem.

Met de ‘Jeugdflora’ bij de hand let je voortaan misschien ook op de zandraket of de tuinwolfsmelk: kleine planten, net als het viooltje en de bosanemoon. Maar de grootste winst is natuurlijk dat je het niet meer hoeft te hebben over ‘die gele bloem daar’, maar dat je weet dat het de koningskaars of de stinkende gouwe is.

Elisa.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.