Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangenBette Westera

Terug naar lijst
 

Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen

Titel: Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen
Auteur: Bette Westera
Uitgeverij: Gottmer, 2010
ISBN: 978 90 25747411
Illustraties: Sylvia Weve

Terug naar lijst

Liedjes waarnaar je blijft verlangen

Soms heb je een boek waar je wekenlang blij van wordt. Elke keer als je het ziet liggen, wil je er wéér in lezen. Dat je al honderd keer hebt gehoord wat erin staat, maakt niet uit. Het is zo’n boek waarvan je weet dat het lang meegaat en dat het erg bijzonder is. Dat merk je al wanneer je het grote, stevige boek ziet en de titel hoort: ‘Ik leer je liedjes van verlangen, en aan je apenstaartje hangen’.

Bette Westera en Sylvia Weve maakten het boek samen. Bette schreef 47 verhalende dierengedichten en Sylvia maakte daar 47 grote, prachtige kleurentekeningen bij. Da’s dus dubbel voorleesplezier: je hoort de mooie gedichten (die soms klinken als liedjes, zo soepel gaan ze) en op de tekeningen is zoveel te zien dat je, wanneer het gedicht is afgelopen, eigenlijk nog helemaal niet uitgekeken bent! En dus moet het gedicht nog een keer. En nog een keer! En dan nóg een keer. En dat is geen enkele keer vervelend. Ook niet voor de voorlezer, dus zeg maar gewoon lekker vaak ‘nog een keer!’

De gedichten gaan over wat de dieren meemaken en hoe ze zich voelen. De zeester vraagt zich af waar de zee vandaan komt, de kwal is verdrietig omdat iedereen hem maar glibberig vindt en de ooievaar wil zich laten omscholen tot TNT postbezorger omdat niemand meer in de ooievaar gelooft. Bijna alle gedichten lokken een lach én een traan uit. Bette Westera schrijft heel vrolijk. Maar onder die vrolijkheid zit altijd iets verborgen. Lees maar een stuk uit het slaaplied voor kleine konijnen:

Droom maar van worteltjes,
Droom maar van knolletjes,
Droom maar van heuveltjes,
Droom maar van holletjes.
Zie je de maan en de sterretjes schijnen?
Droom maar van alles wat fijn is voor kleine konijnen.

Maar droom niet van de stroper met zijn strik van ijzerdraad,
Want dat is niet plezierig voor een kind dat slapen gaat.
En droom maar niet van Kerstmis. Droom van lente en van Pasen,
Als er gekleurde eitjes zijn en kuikentjes en hazen.’

Zo merk je dat er leuke en nare dingen zijn. Maar leuk of naar: mooi geschreven is het altijd. Bette Westera speelt in elk gedicht met de taal. Ze rijmt op verschillende manieren, weet woorden zó naast elkaar te zetten dat ze samen mooier worden dan alleen en goochelt met uitdrukkingen. De mol krijgt bijvoorbeeld te maken met ondergronds verzet, de struisvogel steekt haar kop in het zand en de vink wil niet zingen, maar luisteren. De gedichten zitten ongelooflijk knap in elkaar, maar misschien nog knapper is dat je gaat denken dat je het zelf ook kan, zo’n verhalend gedicht maken. Totdat je het gaat proberen. Dan pas blijkt hoe verrekte moeilijk het is. En als je weet hoe moeilijk het is, weet je nog beter hoe prachtig dit boek is!

Linda.

 

 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.