Ik ben een heldTed van Lieshout

Terug naar lijst
 

Ik ben een held

Titel: Ik ben een held
Auteur: Ted van Lieshout
Uitgeverij: Gottmer, 2011
ISBN: 978 90 257 5000 8
Illustraties: Sylvia Weve

Terug naar lijst

Hoe ga je monsters te lijf?

Voor welke dingen was jij bang toen je klein was? Monsters onder je bed, spoken in je kast of haaien die uit de wc naar boven komen? Je ouders hebben je toen vast heel vaak gerustgesteld: ‘Monsters bestaan niet, die schaduw is je badjas aan het haakje en het gordijn beweegt doordat het raam openstaat.’ In het boek ‘Ik ben een held’ heb je niks aan die mooie praatjes, want het stikt er van de enge wezens!

Je moet een echte held zijn om die engerds aan te pakken. En dat is de ik-persoon in deze drie verhalen dan ook. Aan zijn vader heeft de jongen niet zoveel. Die is stiekem zelf bang. Bovendien plaagt hij zijn zoon vaak. Dat kennen we van schrijver Ted van Lieshout: in zijn verhalen zijn ouders niet automatisch lief voor hun kinderen. Echt gemeen doen ze niet, het is eerder grappig wat je leest. In het verhaal ‘Blauwvis’ heeft de vader zijn zoon een cadeau gegeven:

‘Wat zeg je dan?’ vroeg pap.
‘Ik zeg niks,’ zei ik.
Pap keek streng.
‘Jij zegt: “Dank je wel, pap!”’
‘Niet, dat zeg jíj!’
‘Maar dat had jíj moeten zeggen.
Vooruit!’
‘Ik heb geen tijd,’ zei ik.
‘De vis moet in de kom’. (…)
‘Moet jij een klap?’ vroeg pap.
‘Dank je wel, pap,’ zei ik vlug.
‘Wat ben je toch een lief kind,’ zei pap.

Ted van Lieshout schrijft in eenvoudige taal (AVI E3), maar gebruikt daarbij wel zijn bekende humor. Dat is vooral te lezen wanneer vader en zoon samen praten. In het verhaal ‘Botteboe' heeft hond Snoet een bot in de tuin gevonden:

‘In de tuin ligt een dood lijk,’ zei ik (…).
‘Waar dan?’ vroeg pap. (…)
‘Als je jokt, krijg je straf’. (…)
‘Hier lag het bot.’
‘Tussen mijn tulpen?’ riep pap.
‘Al mijn tulpen kapot!’
Pap keek mij boos aan.
‘Moet jij een klap?’
‘Nee,’ zei ik.
‘Ik heb niks gedaan.
Het is de schuld van Snoet!’
‘Dan moet Snoet in de mand.
Voor straf,’ zei pap.
‘Zónder sokken aan!’
‘Jij bent stom,’ zei ik.
‘Honden hebben nooit sokken aan.’
‘Dan heeft Snoet geboft!’ riep pap.

Het boek ziet er prachtig uit en staat vol kleurrijke illustraties van Sylvia Weve. Elk nieuw verhaal begint met twee pagina’s volledig in kleur. De vele tekeningen zijn beweeglijk en lopen vaak door de tekst heen. Ze laten niet alleen zien wat er in het verhaal gebeurt, maar ook wat je zelf misschien nog niet eens bedacht had.

Of die monsters nu echt bestaan, is de vraag. Maar door het lezen van dit boek leer je in ieder geval hoe je ze te lijf kunt gaan. Je weet maar nooit…

Juulke.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.