Het verhaal van IJsvingerDavid Melling

Terug naar lijst
 

Het verhaal van IJsvinger

Titel: Het verhaal van IJsvinger
Auteur: David Melling
Uitgeverij: Zirkoon, 2004
ISBN: 978 90 524 7331 4
Illustraties:

Terug naar lijst

Sfeerverhogende plaatjes

Ooit waren prentenboeken vooral bedoeld voor peuters en kleuters; leuk om voor te lezen en om eerste woordjes te leren lezen. Natuurlijk was het voor grote broer of zus prettig dat er ook een verhaaltje in verwerkt zat, want van enkel plaatjes met woordjes voorlezen, word je ook niet gelukkig. Maar de laatste jaren komen er meer en meer prentenboeken bij, die niet alleen voor de kleintjes leuk zijn, maar ook voor iedereen die de kleuterschool al lang ontgroeid is. Kunstwerkjes, die je met trots in je boekenkast zet, pal naast Thea Beckman en Carry Slee.

‘Kom er maar bij, kleintje’ van Martin Waddel en Jason Cockcroft is zo’n kunstwerkje. Het verhaal is simpel: in een warme, knusse stal ligt een os te schuilen tegen de kou en nodigt achtereenvolgens een hond, een kat en een muis uit om in de stal te rusten. Als laatste verwelkomt de os een ezel, met op zijn rug… Maria. Jawel, alweer een Jozef-en-Maria-met-kindje-Jezus-in-de-stal-verhaal. Dat kénnen we natuurlijk al, maar daar gaat het ook helemaal niet om. De prachtige illustraties zijn oranje, bruin en goudgeel gekleurd en stralen warmte uit. Ze maken van het simpele verhaal een ontroerend schouwspel waar geen ‘echte’ kerststal tegenop kan. Zet dit boek opgeslagen naast de kerstboom en je bent qua kerstversiering klaar voor dit jaar!

Minder sfeervol, maar daarom ook leuk ná december, is ‘Het verhaal van IJsvinger’ van David Melling. Dit is de inleiding: ‘Eens, lang geleden, stond er in een diepduister dal een diepdonker bos. De bomen van dat bos vonden er niks aan om hutje mutje naast elkaar te moeten staan en dus besloten ze te verhuizen naar een mooie, ruime heuvel, een eindje verderop. (…) Maar als bomen kunnen lopen is er toverij in het spel. En daar komen sprookjesdieren op af, en wonderlijke toverbeesten. Al snel bruiste het bos van de magie. Buiten het bos lagen ook valse schepsels op de loer die al die toverkracht wilden stelen.’

Die ‘valse schepsels’ zijn trollen, al zijn ze zo grappig getekend dat ze niet écht eng zijn. Hoogstens een beetje viezig, met hun borsthaar in een paardenstaartje gebonden. Ze willen de magie uit het toverbos, en dus kidnappen ze IJsvinger. Wie dit jongetje is, weet niemand, maar hij ziet eruit als een mensenkind en kan met zijn vinger dingen bevriezen. Dat moet wel een heel speciale toverkracht zijn! IJsvinger is natuurlijk veel slimmer dan de trollen en verzint een list om te ontsnappen. Een echt sprookje dus, al is het jammer dat je er niet achter komt wíe IJsvinger nu precies is. Dat maakt het verhaal een beetje oppervlakkig. Niettemin een prima prentenboek om aan je broertjes en zusjes voor te lezen en ondertussen zelf ook nog lol te hebben!

Bianca.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.