Het hondje dat Nino niet hadEdward van de Vendel

Terug naar lijst
 

Het hondje dat Nino niet had

Titel: Het hondje dat Nino niet had
Auteur: Edward van de Vendel
Uitgeverij: De Eenhoorn, 2013
ISBN: 978 90 5838 841 4
Illustraties: Anton van Hertbruggen

Terug naar lijst

Ik zie, ik zie, wat jij niet ziet

Hoe teken je een onzichtbaar hondje? Anton van Hertbruggen heeft daar in zijn eerste prentenboek, ‘Het hondje dat Nino niet had’, iets op gevonden. Je ziet het al op het omslag. De omgeving is met heel veel kleur en stevige, soms ook slordige penseelstreken getekend. Het hondje niet, dat heeft de tekenaar juist met dunne lijnen gemaakt. Het valt ook niet erg op, verdwijnt een beetje tegen de achtergrond. Goed bedacht van de tekenaar.

Het fantasiehondje is van Nino. Het is zijn grootste vriend. Het begrijpt precies wat Nino leuk vindt, maar zelf niet durft: vanuit een boot het water in duiken, bij oma op schoot zitten of een eekhoorn nadoen door in een boom te klimmen. Het hondje weet ook waar Nino’s vader is, die in een ver land aan het werk is. Als Nino zijn vader mist, troost het hondje hem. ‘Het hondje dat Nino niet had, hield van tranen. Hij vond ze lekker. Dropwater.’

Niemand ziet het hondje van Nino, maar zijn moeder krijgt wel in de gaten dat hij een fantasiehondje heeft. Ze geeft hem voor zijn verjaardag een echt hondje. ‘Het hondje dat Nino nu heeft, is zacht. En lief. En gehoorzaam. En stout. En klein. En iedereen kan het zien.’ Nino moet wel even aan zijn nieuwe huisdier wennen. Het echte hondje doet allerlei dingen die Nino niet verwacht. Heel erg vindt hij dat niet. Of wel?

Edward van de Vendel schreef de tekst voor dit prentenboek. In korte zinnen vertelt hij over de hechte vriendschap tussen Nino en ‘het hondje dat hij niet had’. Deze woorden komen steeds terug, alsof het om een gedicht gaat. Door die herhaling trekt het fantasiehondje nog meer de aandacht. Soms spreekt de schrijver je aan: zo trekt hij je nog dieper het verhaal in.

De bijzondere tekeningen van Anton van Hertbruggen maken dat je ook blijft kijken naar het verhaal. Ze laten meer zien dan in de tekst staat: zo kruipt Nino een beetje weg voor zijn nieuwe hond en komt het hondje niet naast Nino op het dak zitten als hij naar de sterren kijkt. Dit soort meer verstilde prenten wisselt de tekenaar heel mooi af met prenten vol beweging en actie, alsof je om en om filmpjes en foto’s ziet. De verschillende houdingen van het hondje en Nino zijn levensecht: sluipend, rennend, springend. En ook de gevoelens van Nino kun je goed herkennen.

Nino woont in de buurt van een bos en een meer. En er zijn bergen. Dat moet een ander land zijn dan Nederland. De beetje sombere kleuren groen, groenblauw en roodbruin op de prenten passen goed bij zo’n bos- en berglandschap.

Het hondje dat Nino niet had’ laat het mooi zien: fantasievriendjes zijn zo gek nog niet.

Inger.

 

 

 

 

 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.