Het donkerLemony Snicket

Terug naar lijst
 

Het donker

Titel: Het donker
Auteur: Lemony Snicket
Uitgeverij: Gottmer, 2014
ISBN: 978 90 257 5828 8
Illustraties: Jon Klassen

Terug naar lijst

Zoek het donker op

Misschien was je toen je wat jonger was bang voor het donker. Dat is helemaal niet erg, maar eigenlijk ook niet nodig. Daar zul je tijdens het lezen van dit boek wel achter komen.

‘Laszlo was bang voor het donker’. Dit is de eerste zin van het boek ‘Het donker’. De kleine jongen Laszlo woont in een heel groot huis met heel veel trappen. Dat het in zo’n groot huis niet altijd licht is, is niet zo vreemd. In dit boek leer je het donker kennen als een persoon.  Het donker ‘woont’ ook in het grote huis en verstopt zich op verschillende plaatsen. Bijvoorbeeld in de kast of achter het douchegordijn. Het donker vindt het vooral heel fijn om in de kelder te zijn. En ’s nachts gaat het voor de ramen hangen. Omdat Laszlo het niet fijn vindt dat donker in zijn slaapkamer op bezoek komt, zorgt hij ervoor dat hij zelf bij donker op bezoek gaat. Dat doet Laszlo door iedere ochtend de kelderdeur open te doen en ‘Hoi’ te zeggen tegen het donker.

Laszlo slaapt altijd met een nachtlampje aan, maar op een nacht gaat het lampje kapot. Wat nu? Donker is toch bij Laszlo op bezoek gekomen.  Het is nu wel heel zwart in de kamer. Het donker krijgt een stem en zegt tegen Laszlo dat hij hem iets wil laten zien. In de kelder in het ladekastje liggen nieuwe nachtlampjes. Die kan Laszlo nu gebruiken. Vanaf nu is Laszlo niet meer bang voor het donker.

Dit boek is bijzonder omdat iets wat normaal niet kan praten, toch een stem heeft gekregen. ‘Het donker’ is in dit boek een persoon die gevoelens heeft en een stem. Het donker wil Laszlo laten zien dat hij niet bang voor hem hoeft te zijn. In het donker gebeurt niets engs. Dat is wat je leert van dit boek. De tekst van schrijver Lemony Snicket is soms wel wat moeilijk, maar dat komt vooral doordat hij het donker in dit boek als een persoon beschrijft.

Niet alleen in de tekst speelt het donker een grote rol, ook in de illustraties zie je het donker duidelijk terug. Als het over het donker gaat, dan is het ook echt donker. Pikzwart is de pagina dan. Door het schijnsel van de zaklamp zie je wat Laszlo ziet. Soms schijnt Laszlo recht voor zich uit, dan zie je een ovale lichtbundel, een andere keer zie je Laszlo zijn licht schijnen vanuit de zijkant. Datgene wat je in de lichtbundel ziet heeft niet veel kleur. Het is licht gekleurd met spikkels, alsof Jon Klassen is uitgeschoten met zijn kwast en zo spatten heeft gemaakt.

Ben jij ook wel eens bang voor het donker? Dan moet je dit boek zeker een keer lezen!

Ingrid vd H.

Vond je dit boek leuk? Lees dan ook ‘Grote griezels’ van Jeanette van Bodegraven.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.