Driedelig paardTed van Lieshout

Terug naar lijst
 

Driedelig paard

Titel: Driedelig paard
Auteur: Ted van Lieshout
Uitgeverij: Leopold, 2011
ISBN: 978 90 25857806
Illustraties: Ted van Lieshout

Terug naar lijst

Wereldbolgedichten en meer

Dichter Ted van Lieshout houdt niet van standaard gedichten of teksten waaraan je meteen kunt zien wat de bedoeling of de boodschap is. Hij wil spelen met de mogelijkheden van de taal. In ‘Driedelig paard’, waarvoor hij de Woutertje Pieterse Prijs 2012 won, laat hij zien hoe leuk poëzie kan zijn.

Hij schrijft in die bundel blokgedichten (gedichten in de vorm van een blok) en beeldsonnetten. Een sonnet is een oude poëzievorm die uit vier delen bestaat. Elk deel heeft een vast aantal regels: 4-4-3-3. In het laatste woord op een regel zit meestal rijm, bijvoorbeeld: meloen-citroen-abrikoos-framboos. In de beeldsonnetten van Ted van Lieshout staat geen enkel woord! Dat is ook niet gek, want het woord beeldsonnet zegt dat al: het is een gedicht dat bestaat uit beelden. Ted van Lieshout gebruikt niet de woorden, maar de plaatjes om te zeggen wat hij bedoelt. Jij ziet bijvoorbeeld twee meloenen op achtereenvolgende regels staan en zo laat de dichter zien dat die regels op elkaar rijmen. In ‘Driedelig paard’ staat ook een beeldsonnet, gemaakt van 140 wereldbollen: 10 op elke regel. In elk plaatje is de wereldbol iets gedraaid, dus je ziet steeds een ander werelddeel. Dat ziet er heel bijzonder uit.

Ted van Lieshout wil de lezer aansporen om zelf ook blokgedichten of beeldsonnetten te maken. Achterin vind je een nawoord waarin hij uitleg geeft.

‘Driedelig paard’ is niet de gemakkelijkste dichtbundel. Sommige blokgedichten moet je een paar keer lezen, voordat je ze goed begrijpt. Een blokgedicht is telkens één pagina lang. De gedichten rijmen niet. Eigenlijk wordt in elk gedicht een kort verhaaltje verteld, bijvoorbeeld over een moeder die tegen haar kind zegt dat ze de tekening die ze voor moederdag heeft gekregen spuuglelijk vindt. ‘Ik vraag me af hoe jij het zou vinden als ik op je verjaardag aan zou komen zetten met een slordige tekening. Nou, het huis zou te klein zijn.’ In veel verhaaltjes wordt verwezen naar sprookjes, zoals in het blokgedicht over Pieter die op school een spreekbeurt houdt over zijn kikker die de hele dag ‘Kus mij!’ kwaakt.

‘Driedelig paard’ lees je niet in één keer van voor tot achter. Er staan geen hoofdstukken in, hoewel de bundel is opgedeeld in drie delen: elk deel laat een ander lichaamsdeel van een paard zien. Als je een blokgedicht begint te lezen, weet je niet waarover het gaat, aan wie het verhaaltje is gericht en wie er aan het woord is. Het leuke is natuurlijk om daar achter te komen en de uitdaging met deze nieuwe poëziesoort aan te gaan! Het beste kun je af en toe een blokgedicht lezen of een beeldsonnet bekijken. Alleen of met je ouders of in de klas. Samen zie je meer in een gedicht dan alleen!


Linda.
 

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.