De veer van VeerleKarel Eykman

Terug naar lijst
 

De veer van Veerle

Titel: De veer van Veerle
Auteur: Karel Eykman
Uitgeverij: De Harmonie, 2012
ISBN: 978 90 761 6838 8
Illustraties: Patsy Backx

Terug naar lijst

Een heel bijzonder meisje

‘Een onzichtbaar draakje?’ zegt Kasper. ‘Wat een onzin! Onzichtbare draakjes bestaan niet. Ik heb nog nooit een onzichtbaar draakje gezien.’
‘Natuurlijk heb jij nooit een onzichtbaar draakje gezien, daarom is hij juist onzichtbaar, oen,’ zegt Veerle.

Veerle is een bijdehand en eigenwijs meisje. Ze speelt graag met haar opa, haar broertje Kasper of haar vriendje Kim. In ‘De veer van Veerle’ staan bijna veertig voorleesverhaaltjes van Karel Eykman, van ongeveer twee pagina’s lang. Leuk voor het slapen gaan. Of gewoon midden op de dag, omdat het zo fijn is om voorgelezen te worden.

Vraag jij je weleens af hoe de hemel eruitziet? Praat je weleens met je knuffels? Speel je weleens bruid en bruidegom, met de vitrage als sluier? Vast wel! Veerle doet dat ook allemaal. Alle verhaaltjes worden verteld vanuit Veerle en gaan over herkenbare onderwerpen. Karel Eykman gebruikt geen moeilijke taal, zodat de verhaaltjes goed te begrijpen zijn. De zinnen zijn kort en hebben makkelijke woorden. Eykman is niet bang om (scheld)woorden te gebruiken die niet zo netjes zijn en die je eigenlijk niet verwacht in een kinderboek.

Bij de meeste verhaaltjes staat een eenvoudige maar kleurige tekening van Patsy Backx. Ze maakt mooie pentekeningen, ingekleurd met ecoline. Leuk om naar te kijken als je voorgelezen wordt. Daardoor kun je zelf al een beetje raden waar het verhaal over gaat.

Als je een spelletje doet met Veerle, is het niet makkelijk om te winnen. Want ze verandert tijdens het spel gewoon de regels! Kijk maar wat ze tijdens het dominoën met haar opa doet:

‘Ja, maar, opa,’ zegt Veerle. ‘Dit keer mag het wel, want drie en vier zijn bijna evenveel. Trouwens, deze drie en deze vier vinden elkaar aardig, dus ze passen goed bij elkaar.’

Veerle is trouwens niet alleen maar bijdehand en eigenwijs, hoor! Ze kan ook heel lief zijn. Als haar moeder ’s ochtends stil is en geen grapjes maakt, probeert ze haar weer blij te maken:

‘Mamma,’ zegt Veerle. ‘Daar, bij de bakker, daar moet je even je neus naar binnen steken. Het ruikt daar altijd zo lekker, misschien krijg je daar weer een goed humeur van.’

En héél soms is Veerle een beetje gemeen:

‘Waarom mag ik niet meedoen?’ vraagt hij.
‘Gewoon omdat je stom bent,’ zegt Veerle.

Maar als ze zo gemeen doet, maakt ze het gelukkig ook weer goed. Veerle is vooral een klein, grappig en nieuwsgierig meisje dat elk verhaaltje iets bijleert of iets leuks ontdekt. Ze doet goed haar best een grote meid te worden. Haar opa, die ook een beetje haar vriend is, weet Veerle goed samen te vatten:

‘… dan ben je wel een heel bijzonder meisje, Veerle.’
Veerle knikt, ze is het volkomen met opa eens.

Karine.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.