De spionnenclubRebecca Stead

Terug naar lijst
 

De spionnenclub

Titel: De spionnenclub
Auteur: Rebecca Stead
Uitgeverij: Querido, 2013
ISBN: 978 90 451 1544 3
Illustraties:

Terug naar lijst

Miljoenen stipjes

Na het ontslag van zijn vader verhuist Georges met zijn ouders naar een flat. Zijn vader begint een eigen bedrijf en zijn moeder draait dubbele diensten in het ziekenhuis, dus je snapt: Georges moet zichzelf vermaken.

In het souterrain van de flat hangt een briefje over een spionnenclub. ‘Vandaag: bijeenkomst spionnenclub!’ Georges’ vader schrijft er voor de grap ‘Hoe laat?’ onder. Als er even later een tijdstip bij is geschreven, gaat Georges naar de bijeenkomst toe. Zo ontmoet hij zijn leeftijdsgenootje Kitser en diens zusje Snoepie. Het doel van de spionnenclub is duidelijk: meneer X in de gaten houden. Meneer X woont in flat boven die van Georges, draagt altijd zwart, zeult met zware koffers rond en praat niet.

‘Oké. Stel jezelf de vraag: waarom zou iemand de hele tijd koffers zijn flat uit slepen? Zware koffers?’
‘Weet ik niet.’
‘Omdat je niet nadenkt. Denk na: mensen erin, koffers eruit.’
‘Denk je dat hij mensen in mootjes hakt en ze in koffers doet?’
Hij kijkt me aan en trekt zijn wenkbrauwen op.

In ‘De spionnenclub’ leidt Kitser Georges op tot spion. Met de intercom, een kauwgompapiertje en een creditcard proberen ze zoveel mogelijk over meneer X te ontdekken.

Georges is vernoemd naar de schilder Georges Seurat (‘Sir Ott’), van wie een poster in huis hangt. Dat schilderij bestaat uit allemaal kleine stipjes. Van dichtbij zie je niet wat het is. Pas van een afstandje kun je zien hoe mooi het schilderij is. Zijn moeder vergelijkt dit met het leven: ‘Het leven bestaat uit miljoenen verschillende stipjes die samen één reusachtig geheel vormen. En misschien is het grote geheel wel mooi, of verbazingwekkend, maar als je met je neus boven op een stel zwarte stippen staat valt dat heel moeilijk te zeggen.’

Rebecca Stead heeft een spannend en stoer boek geschreven. Spannend doordat er veel dingen zijn die je nieuwsgierig maken. Wie is die geheimzinnige meneer X? Waarom gaan Kitser en Snoepie niet naar school? Waarom communiceert Georges alleen via scrabbleletters met zijn moeder? In het ontroerende einde van het boek krijg je antwoord op al je vragen. ‘Het is net als bij Sir Ott, waar al die kleine stipjes samen een beeld vormen.’ Als je het boek uit hebt, wil je sommige stukjes nog eens teruglezen omdat het zo knap geschreven is.

Georges en Kitser doen stoere jongensdingen, maar hebben ondertussen ook hun eigen angsten en onzekerheden. Ze zijn allebei mysterieus (misschien nog wel meer dan meneer X!) en op zoek naar vriendschap. ‘De spionnenclub’ is een indrukwekkend boek waarin Georges vrienden maakt en zich ook flink verraden voelt. Op school ontstaat een ‘blauw team’. Met een blauwe stip van viltstift op je hand, hoor je erbij.

‘Het betekent dat je niet alleen bent. Wat er ook gebeurt.’

Karine.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.