De schilder de duif en de dingenPaul de Moor

Terug naar lijst
 

De schilder de duif en de dingen

Titel: De schilder de duif en de dingen
Auteur: Paul de Moor
Uitgeverij: Terra Lannoo
ISBN: 978 90 209 8195 7
Illustraties: test

Terug naar lijst

Als je graag wil weten hoe een dichter schrijft, dan moet je ‘De schilder de duif en de dingen’ van Paul de Moor lezen. Als je graag wil weten hoe een jongen van drie jaar begint met zich schilder te voelen, ook. Die jongen is Roger Raveel, later zal hij beroemd zijn, maar dat weet nu nog niemand, ook hijzelf niet. Ja, zijn moeder weet het, al heel vroeg, haar hele leven kijkt ze er stilletjes naar uit. En als ze doodgaat zegt ze: ‘Ik heb geleefd om je artiest te zien worden. Ik heb geluk gehad.’

Misschien denk je nu dat dit een heel moeilijk boek is, dat je het beter later eens kunt lezen als je groot bent en wijs, en nog meer van die dingen die je hoopt te worden. Maar dan denk je toch verkeerd. Want juist nu kun je het echt begrijpen omdat je het mee kunt voelen. Als je groot bent is die deur dichtgegaan. Dan moet je over het leven van Roger Raveel léren, uit een boek voor kunstgeschiedenis: ‘ten eerste, ten tweede, ten derde…’ En dat is niet hetzelfde. Want door de manier waarop Paul de Moor het verhaal vertelt, kun je de kleine Roger bijna aanraken, zo dichtbij komt hij. En het was juist het aanraken, het ruiken, het zien, dat van Roger Raveel een schilder maakte. ‘Ik zag de handen van mijn vader op het blad van de tafel liggen. Rechts op links(…). Zijn handen waren verzonken in gedachten. Ze beloofden iets. Een verrassing. Ze maakten dingen. Ze maakten een stoel voor mij. Een kooi voor de kanarie. Een bed voor de poes. De handen van mijn vader deden geen half werk. Ze schaafden en zaagden en hamerden tot het mooi was. Mooi was een stoel. Mooi was een tafel. Mooi kwam uit de handen van mijn vader. Ik kon mooi zien en ruiken.’

‘Mooi’ zag de jonge Roger dus niet met zijn verstand, niet in een boek, niet in een museum. ‘Mooi’ ging in zijn lijf zitten. Mijn vader veegde de krullen van het geschaafde hout in de kattenbak. Het schaafsel rook naar kersenjam. Ik stopte er mijn neus in. Ik kreeg ook krullen. Ik rook stoel. Er was ook stoel in mijn haar.

Misschien, nee, heel zeker, zijn er ook nu kinderen bezig om schilder te worden. Of dichter. Die kinderen kunnen lezen wat Roger voelt als hij heel anders tekent dan zijn klasgenoten. Roger is verbaasd, probeert het net zo te doen als zíj, maar dat lukt hem niet. Daardoor komt hij tot het besef dat hij anders kijkt dan andere kinderen, en ook dat hij daarin alleen staat. Op dat moment laat hij zien dat hij een geboren kunstenaar is, want het alleen staan vindt hij helemaal niet erg. Hij tekent en schildert nog meer dan tevoren.

De oorlog maakt het alleen staan volledig. Zijn liefde voor het schilderen verdwijnt niet, ook niet de liefde voor de mensen en voor zijn dorp, maar het kijken ernaar wordt nog persoonlijker. ‘Mijn mooie wereld zou niet meer bestaan. Ik zou in een nieuwe moeten wonen. Ik kon maar beter mijn eigen wereld scheppen. Ik nam me voor opnieuw te leren kijken en opnieuw te leren tekenen en schilderen. En ik zou mijn nieuwe wereld het verschrikkelijke mooie leven noemen.’

Dat betekent niet dat hij vanaf dat moment verschrikkelijke dingen gaat schilderen. Roger Raveel is zijn hele leven zijn dorp blijven afbeelden, en de mensen die daarbij hoen en van wie hij houdt. Alleen, sindsdien dringt hij nog dieper in alles door. ‘De dingen dwongen mijn penseel. Ze zeiden me hoe ik moest schilderen (…). De koffiekan wilde glanzen en spiegelen. Ze krulde haar oor en toeterde met haar snuit. “Schilder me als een vrolijke klant,” zei ze.’

Heel bijzonder is, dat Roger Raveel zelf de tekeningen maakte voor dit boek. Hij laat je zien hoe dichtbij alles komt wat hij maakt. En ook, dat hij lege plekken neerzet, waar eigenlijk een hoofd moet staan. ‘Ik schilderde een wit vierkant op de schouders van mijn vader(…). Ik wilde schilderen wat er in het hoofd zit en wat het hoofd allemaal uitvindt. Het hoofd dat wit vierkant denkt.’

Zo’n leegte betekent een aanwezigheid, zelfs als iemand gestorven is. ‘Zo was het ook met mijn moeder gegaan. Ze was in een lege plek gekropen.’

Carli Biessels

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.