De rover HoepsikaPaul Biegel

Terug naar lijst
 

De rover Hoepsika

Titel: De rover Hoepsika
Auteur: Paul Biegel
Uitgeverij: Lemniscaat 2007 (eerder verschenen bij Uitgeverij Holland, 1977)
ISBN: 978 90 477 5001 7
Illustraties: Carl Hollander

Terug naar lijst

De beleefdste rover die je ooit ontmoette

Op de dag waarop zijn moeder stierf was Hoepsika rover geworden, ineens. Hij kocht een paard en laarzen met zilveren sporen, en galoppeerde luid zingend de landweg op, bang voor niks en niemand. ‘Ik ben rover!’ riep hij, en nam beleefd zijn hoed af voor iedereen die hij tegen kwam.

Zo is de rover Hoepsika: een echte galante Paul Biegel-rover. Goed, hij overvalt koetsen vol rijke mensen en steelt hun geldbuidels en juwelen, maar hij zegt keurig ‘dank u, dank u zeer’ als hij weer een beurs vol munten heeft geroofd. Daarna geeft hij de dames een kushand, zodat ze hoogrood worden, of zelfs flauwvallen. Het portret van zijn moedertje hangt aan zijn zadel en zij kijkt vrolijk, bang of bestraffend bij alles wat Hoepsika doet.

De rover leidt een vrolijke roversleven, tot een rijke heer hem vraagt zijn dochter Josefine te bevrijden uit de onneembare burcht van IJzergreep. Geen probleem. Hoepsika smeert vijf boterhammen met kaas en eentje met jam en gaat op pad. Maar als hij de mooie Josefine ontmoet, wordt hij onmiddellijk met heel zijn rovershart smoorverliefd op haar. En dat wordt die arme Hoepsika noodlottig…

Wat volgt, is een wilde reis door het land. Telkens weet de ridder IJzergreep Josefine weer te ontvoeren naar een andere plaats en telkens kan Hoepsika haar net-niet bevrijden. IJzergreep is onverslaanbaar. Of toch niet?

In veel boeken van Paul Biegel wemelt het van de rovers, herbergiers, gemeneriken en prinsessen. Zijn sprookjesachtige verhalen spelen zich af in grauwe burchten, merkwaardige stadjes of in het kleine hutje van een schaapsherder. Zo ook ‘De rover Hoepsika’; een van de grappigste boeken die Paul Biegel heeft geschreven. Hoepsika is dan wel een stoere rover, maar wanneer hij iets doet wat zijn moedertje afkeurt – een koets overvallen bijvoorbeeld – dan zet hij haar portret even met haar gezicht tegen een boom, zodat ze niet ziet wat hij uitvoert. Daarna krijgt hij spijt en vraagt op zijn knieën huilend om vergiffenis, net als een klein jongetje. Verder is Hoepsika vrolijk, zorgeloos en een tikje onhandig en dat brengt hem in rare situaties.

‘De rover Hoepsika’ verscheen voor het eerst in 1977. Een rover van bijna veertig jaar oud is gelukkig nog lang niet ouderwets. Integendeel! Hoepsika stuitert nog over de bladzijden en galoppeert door het verhaal alsof hij pas gisteren is bedacht. De mooie gekleurde plaatjes van Carl Hollander laten je zien hoe hij met zijn ondeugende roversgezicht telkens opnieuw iedereen te slim af is.

‘Het is hem gelukt, vadertje!’ riep Josefine, op Hoepsika wijzend.
‘Och ja,’ sprak de rover, ‘het heeft iets meer tijd genomen dan ik had gedacht.’


Gelukkig maar! Want nu kunnen wij een fijn dik boek over Hoepsika’s avonturen lezen.

Lidewij.

Wil je meer lezen over rovers? Lees dan de recensie van ‘Ik en de rovers’ van Siri Kolu.

Andere boeken van deze schrijver

Info over deze schrijver

.
.